Gelukszoekers zijn we allemaal

22 augustus 2025 By Anna Verbeek


T-shirts, sweaters, rompertjes met de tekst ‘Ik ben een gelukszoeker’ zijn te koop bij de winkel op de Overtoom 87 (hoek 1ste Const. Huygensstraat). In deze pop-up store biedt stichting Gelukszoekers deze en andere producten aan; de opbrengst is voor Here to Support, die al sinds 2013 ongedocumenteerden steunt (We Are Here) en strijdt voor systeemverandering. De winkel is zeker tot eind van dit jaar open op donderdag en vrijdag van 10 tot 15 u. (wordt uitgebreid, kijk op: https://www.instagram.com/gelukszoekers ) Zie ook: https://www.ikbeneengelukszoeker.nl/

Asielnoodmaatregelenwet

21 augustus 2025 By Anna Verbeek

Dit staat in deze wet, een verzamelwet met diverse aanscherpingen van bestaande wetgeving:

  • De asielvergunning voor onbepaalde tijd wordt afgeschaft;
  • De geldigheidsduur van een asielvergunning voor bepaalde tijd wordt teruggebracht van vijf naar drie jaar;
  • De mogelijkheden om iemand ongewenst te verklaren na een veroordeling worden verruimd;
  • De voornemenprocedure wordt geschrapt. Dit is de aanzegging door immigratiedienst IND aan een asielzoeker dat de dienst van plan is een aanvraag af te wijzen. Daardoor moet de procedure sneller gaan;
  • Een asielzoeker die een verblijfsstatus krijgt, kan meerderjarige kinderen en ongehuwde partners niet langer laten nareizen;
  • Nieuwe feiten en omstandigheden die tijdens de asielprocedure worden ingebracht, krijgen een strengere toets;
  • Asielzoekers die niet op een afspraak met de IND verschijnen, krijgen te horen dat hun asielaanvraag ongegrond is.

bron: Volkskrant 26 juni 2025

Medemenselijkheid – daar kun je voor kiezen

20 augustus 2025 By Anna Verbeek

Op 3 juli heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Asielnoodmaatregelenwet. Eerder was al een amendement aangenomen dat het strafbaar maakt voor mensen om zonder verblijfsvergunning in Nederland te zijn. De praktijk in andere landen wijst uit dat mensen zonder verblijfsvergunning niet vertrekken, maar proberen uit het zicht te raken. Mensen zonder papieren zullen verdwijnen in de schaduw. Slachtoffers van uitbuiting zullen zwijgen. Zieken zullen artsen mijden. Zelfs wie terug wil keren naar het land van herkomst, zal geen hulp meer durven zoeken.

Het gevolg van de strafbaarstelling is dat ook hulp aan mensen zonder verblijfsvergunning strafbaar zal worden; je helpt daarmee immers mensen om iets strafbaars te doen, namelijk in Nederland verblijven. Een strafbaarstelling van hulp zou direct al het werk van de Protestantse en Lutherse Diaconieën raken, van Wereldhuis tot De Meent, en van het Open Huis van De Nieuwe Stad tot de Lutherse gastenkamers. Deze wet zal zorg, onzekerheid en angst oproepen onder mensen zonder verblijfspapieren die het Wereldhuis of het Open Huis bezoeken of in de gastenkamers verblijven.

De wet is nog niet van kracht. Er komt een extra advies van de Raad van State, een debat daarover in de Tweede Kamer en een behandeling in de Eerste Kamer, waar er op dit moment geen meerderheid voor lijkt. Mocht de wet tóch worden aangenomen, dan treedt die pas in werking na publicatie in het Staatsblad. Tot die tijd verandert er juridisch niets.

Vooralsnog gaan we er vanuit dat strafbaarstelling van hulp niet door zal gaan; maar er is wel degelijk een risico dat ‘illegaal’ verblijf in Nederland strafbaar zal worden gesteld. Vanuit onze diaconale missie blijven we staan voor medemenselijkheid. Het Netwerk DAK, waar Lutherse en Protestantse Diaconie in participeren, is een landelijke campagne gestart: “Medemenselijkheid. Daar kun je voor kiezen.” We kijken vanuit het netwerk waar we kunnen lobbyen, zodat deze wet er niet komt.

Lees hier over de landelijke campagne

Leven in de tussenruimte van Galaxy 1

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

Wachten, wachten, wachten in een asielnoodopvangschip

De cruiseveerboot MS Galaxy 1 ligt al drie jaar stil aan de kade in Amsterdam, als asielnoodopvang. De vijftienhonderd ‘tijdelijke’ bewoners doden er hun tijd terwijl ze wachten op antwoord van de IND.

door Irene van der Linde – Groene Amsterdammer, 9 juni 2025

Vanaf de Ring A10, bij de afslag naar het Amsterdamse havengebied Westpoort, vlak voor de Tweede Coentunnel, is de MS Galaxy 1 al van veraf te zien: een indrukwekkend gevaarte, vandaag onder een donker wolkendek. Dichterbij, op de kade die geheel is omhekt en zwaar wordt bewaakt, hangt tussen de geparkeerde auto’s en honderden gestalde fietsen een volleybalnet, vlak bij een piepklein speeltuintje met kunstgras en een gele glijbaan. Kinderen zijn er niet. Aan de achterkant van het schip, waar een van de twee kleppen van het autodek is neergelaten, lopen de hele dag mensen in en uit, als uit een opengesperde bek van een walvis.

Binnen, aan het begin van het donkere ruim van het autodek, vormen een paar containers de receptie. Bewoners, coa-medewerkers en crewleden houden geroutineerd hun pasje onder de scanners. Een man met een bungelende tas van Thuisbezorgd op zijn rug haast zich naar buiten. Piep, piep. De hele dag door. Het klinkt hol en het ruikt er zwaar naar benzine. ‘Eén ding doen we goed in Nederland’, zegt de perswoordvoerder van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (coa) terwijl de bewakers onze paspoorten controleren. ‘We laten geen mensen buiten op straat slapen.’

The everyday life is left behind the minute you step on board! Vijftien jaar lang voer de zogenaamde cruiseveerboot Galaxy 1 van het Estse bedrijf Tallink Grupp onder dit devies over de noordelijke Oostzee. Heen en weer tussen het Zweedse Stockholm en het Finse Turku, met een tussenstop bij Åland. Reizigers konden overnachten in een hut van Suite tot Standaard, eten in de Happy Lobster, het Grill House of het Grande Buffet, luisteren naar livemuziek in Starlight, een gokje wagen in het casino, een wodka drinken in de Moonlight Bar, relaxen in de sauna, shoppen in de Fashion Street of vergaderen in een Conference-room.

Sinds oktober 2022 ligt de cruiseveerboot MS Galaxy 1 stil aan de kade en doet dienst als asielnoodopvanglocatie voor vijftienhonderd mensen – net zoveel als het dorp Borssele aan inwoners heeft. Het schip is gestript van alle extra’s. De Tax Free Shop is leeg, de talloze bars zijn permanent gesloten, de flessen wodka weggehaald, muziekinstallaties uitgezet, het Zonnedek is ontdaan van zonnestoelen en verboden terrein. Alleen de glimmende trapleuningen, het dikke tapijt op de vloeren en de namen van de ruimtes bieden nog een glimp van de luxe die de MS Galaxy 1 ooit bood. Asielzoekers wachten er op een beslissing van de ind, statushouders op een woning. Maanden, en vaak jaren. Ze zitten in een ‘tussenruimte’; ze zijn niet meer daar waar ze vandaan komen, ze zijn ook niet aangekomen op hun eindbestemming. Ze wachten.

The current location of Silja Galaxy ferry is in North Sea (coordinates 52.41064 N / 4.86297 E).

Dek 3.

Be nice’ staat op een zeil boven aan het plafond. Ergens halverwege, wat verloren in het immense donkere ruim, een tafelvoetbalspel. Achterin, bij containers met wasmachines voor bewoners, geeft een stevige stalen deur toegang tot het binnenste van het schip. Naast de lift een plattegrond. Dek 3 en dek 4: autodek/ Dek 5: Conference en hutten / Dek 6: Moonlight Bar, Fast Lane, infobalie, Cosmetic Boutique, Gifts & Toys, Tabacco Shop, Tax Free Shop, Starlight / Dek 7: Grande Buffet, Grill House, Tavolàta, Happy Lobster, Piano Bar, Casino, Fashion Street, Sea Pub, Starlight/ Dek 8 en dek 9: hutten / Dek 10: het Zonnedek en de brug (crew only).

Dek 5.

In de Conference-rooms waar het managementteam van het coazit, heten de kamers ‘Helsinki’, ‘Stockholm’ en ‘London’. De coa-locatiemanager van de Galaxy, Natascha van Diemen, houdt kantoor in ‘Bruxelles’. Ze zit achter haar computer aan de kop van een glimmend houten vergadertafel, rondom zijn scheepsramen die uitkijken over de Coenhaven. ‘Je moet roeien met de riemen die je hebt’, zegt Van Diemen toepasselijk.

Ze is hier in januari dit jaar begonnen. Eerder werkte ze bij AZC Heerhugowaard en de noodopvang a&o Hostels in Amsterdam-Zuidoost, maar op dit schip voelt ze zich thuis. Van Diemen, een joviale vrouw die houdt van openheid en duidelijkheid, groeide op tussen schepen in de Rotterdamse Botlek en werkte ruim twintig jaar bij de Koninklijke Marine als militair verpleegkundige. Ze heeft talloze uitzendingen ‘gedraaid’. Na de geboorte van haar kind besloot ze aan wal te blijven.

Elke maandagochtend heeft Van Diemen captains-overleg. Aan de grote tafel in haar werkkamer schuiven ook vandaag precies om 9.30 uur kapitein Risto Pihlakas en zijn eerste officier en de hoofdwerktuigkundige uit Estland aan, evenals het hoofd ‘Slaapschepen’ Aaron Marcus uit Roemenië en Van Diemens adjunct. Kort nemen ze de lopende zaken door. ‘Dinsdag doen we de controles van alle hutten’, begint Marcus zakelijk.

‘Donderdag hebben we een brandoefening met de Amsterdamse brandweer’, voegt kapitein Pihlakas toe. Hij werpt een blik op de donkere wolken buiten. ‘Vandaag moeten we de wind in de gaten houden, die is aflandig…’

De Galaxy is een universum op zichzelf. Naast de vijftienhonderd mensen die er verblijven, werken er zo’n zeventig coa-medewerkers die de in- en uitstroom van bewoners regelen. Zo doen ze de intake bij binnenkomst, geven een pakketje lakens mee en wijzen de kamers. Daarnaast lopen er zo’n zestig mensen rond van de Tallink-crew, de meesten uit Indonesië en Roemenië, voor de schoonmaak, de veiligheid en de catering. ‘Slaapschepen’ – ‘voor op maat gemaakte oplossingen met drijvende accommodaties’ – coördineert alle partijen en zorgt voor de ‘facility’, twee beveiligingsorganisaties bewaken het schip en ook de medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind), de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V), Vluchtelingenwerk Nederland (vwn) en Gezondheidszorg Asielzoekers (gza) houden hier kantoor. De kapitein is met zijn technische staf verantwoordelijk voor het schip zelf.

‘We hebben 81 nationaliteiten aan boord’, zegt Natascha van Diemen na het captains-overleg. Ze heeft het net laten tellen. De eerste medewerkers moesten alles zelf uitvinden. Vaak zonder coa-ervaring. ‘We werden zo in het diepe gegooid’, vertelt een van hen later bij de lunch in het Grande Buffet. Nu is alles beter gestroomlijnd. Onlangs heeft Van Diemen de kantoren nog naar een ander dek verplaatst; het hele coa-team bij elkaar op dek 7, de ind heeft de afspraken in de Suites op dek 9, Vluchtelingenwerk zit op dek 10. ‘Die hebben een fantastisch uitzicht.’

‘We proberen het verblijf op dit schip zo aangenaam mogelijk te maken’, vervolgt Van Diemen. Het leven aan boord is niet altijd makkelijk, dat realiseert ze zich. Het zijn kleine hutten, deels zonder ramen en als ze er wel zitten, kunnen die niet open. Mensen delen de hut vaak met een onbekende. En niet voor één nacht, maar voor weken, maanden of jaren. Er is 24/7 licht op de gang, waardoor het verschil tussen dag en nacht verdwijnt. Zelf koken mag niet, te gevaarlijk – tijdens de controles van de hutten worden gevonden kooktoestellen geconfisqueerd. Roken mag alleen buiten op dek 6. En het schip ligt ver van de bewoonde wereld; naar Station Sloterdijk is het twintig minuten fietsen.

‘Mensen zijn ook vaak angstig’, zegt Van Diemen. Neem Syriërs voor wie de gesprekken met de ind lange tijd waren opgeschort. Van Diemen ziet bij hen de spanning oplopen over wat het kabinet gaat besluiten. ‘Soms zijn mensen echt wanhopig over dat het zo lang duurt. Dat wachten doet wel iets.’

Ik trek mij terug en wacht./ Dit is de tijd die niet verloren gaat: Iedre minuut zet zich in toekomst om./ Ik ben een oceaan van wachten,/ waterdun omhuld door ’t ogenblik./ Zuigende eb van het gemoed,/ dat de minuten trekt en dat de vloed/ diep in zijn duisternis bereidt.// Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

(M. Vasalis, Verzameld werk)

Wachten. In de rij, op je beurt, op de trein, op de zomer, op een geliefde in een café. Het is een bezigheid in het heden, maar je wacht op iets dat in de toekomst ligt. In De taal der geliefden beschrijft filosoof Roland Barthes de kwelling van het wachten. ‘Ik wacht en rond mijn wachten lijkt alles door onwezenlijkheid getroffen: in het café staar ik naar de anderen die binnenkomen, kletsen, grapjes maken of rustig zitten te lezen: wachten doen ze niet, dat zie je zo.’

Evenzo staren wellicht de bewoners vanaf het schip naar de wereld rondom hen, door onwezenlijkheid getroffen: naar mensen die fietsen door de stad, hun kinderen naar school brengen, naar hun werk gaan, kletsen en lachen – wachten doen die niet, dat zien ze zo. Zij wel, zij wachten niet in een café op een geliefde maar in een scheepshut op de beslissing van de ind. Of ze in Nederland mogen blijven of ‘terug’ moeten, over de richting van hun verdere leven. En in die ‘tussentijd’ mogen ze niets anders doen dan wachten. Ze mogen hun leven hier nog niet beginnen, terwijl ze hier al wel zijn.

Het wachten is niet even. Asielzoekers wachten gemiddeld anderhalf jaar op de behandeling van hun asielaanvraag bij de ind. Officieel moeten ze binnen zeven weken hun eerste gesprek krijgen, dat is nog maar het Aanmeldgehoor. ‘Het kan een aantal maanden duren voordat u deze uitnodiging krijgt’, waarschuwt de ind echter al op de eigen website. Daarna moeten mensen nog eens 74 weken wachten op het echte gesprek met de ind; het ‘Nader gehoor’. Op basis daarvan volgt de beslissing – hoe snel die komt hangt af van de complexiteit van de aanvraag.

Als iemand een verblijfsvergunning heeft gekregen, kan hij of zij een aanvraag doen voor hereniging met een partner en biologische kinderen onder de achttien jaar. Nadat die aanvraag bij de ind binnen is, duurt het nog twee jaar voordat de ind die aanvraag überhaupt in behandeling neemt. En dan volgt weer het lange wachten. Tegen de tijd dat een kind eindelijk mag komen, is die minstens vijf jaar ouder. Steeds langer ook moeten statushouders wachten op een woning in een gemeente en blijven daarom noodgedwongen in de asielopvang. Zo duurt voor statushouders het wachten voort.

Mensen laten wachten komt niet voort uit overmacht bij de overheid, het is een bewust onderdeel van het Nederlandse asielbeleid, zo betoogt Martijn Stronks, filosoof en migratiejurist aan de Vrije Universiteit (VU) in zijn essay Even geduld a.u.b. in De Groene Amsterdammer. De asielzoeker loopt ‘tegen grenzen van de tijd aan’. De overheid laat hem of haar wachten in het aanmeldcentrum Ter Apel, in de asielopvang op het eerste gesprek met de ind, op het tweede gesprek, op de beslissing en op een woning nadat de vergunning is verstrekt. ‘Wachttijd is in toenemende mate een belangrijk grensinstrument’, aldus Stronks.

Dat doen kabinetten door simpele beleidskeuzes, zoals kansloze zaken te versnellen en kansrijke zaken te vertragen. Door te bezuinigen op medewerkers van de ind waardoor procedures vertragen, door structurele financiering af te bouwen, door steeds nieuwe barrières op te werpen voor gezinshereniging. De belangrijkste reden voor dit beleid is de aanname dat een goed georganiseerde asielprocedure een ‘aanzuigende werking’ zou hebben. Alhoewel door talloze migratiedeskundigen is aangetoond dat dit soort maatregelen het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt nauwelijks tot niet beïnvloeden.

Dit beleid kost de overheid veel extra geld. Bijvoorbeeld aan dwangsommen die worden opgelegd aan de ind voor het niet-tijdig beslissen over de asielaanvraag – dit bedrag is de afgelopen jaren opgelopen tot 36,8 miljoen euro in 2024. En door de lange wachttijden verblijven mensen langer in de opvang. Het coais daarbij wegens gebrek aan structurele financiering steeds afhankelijker van de veel duurdere noodopvanglocaties. Om een idee te geven: van het totaalbedrag van 3,5 miljard dat het coa afgelopen jaar aan opvang uitgaf, ging 2,5 miljard naar noodopvang, aldus de onlangs verschenen coa-publicatie Stand van de uitvoering 2024.

Noodopvang op schepen is zelfs twee tot drie keer zo duur als de reguliere opvang. De Galaxy 1 kost per dag alleen aan huur al ruim een ton euro, bevestigt locatiemanager Natascha van Diemen. Het coa huurt de schepen niet direct van Tallink maar van Slaapschepen als tussenpersoon. Slaapschepen ‘doet alles rondom het schip’, zoals de Roemeense Aaron Marcus later uitlegt terwijl hij het trappenhuis voor ‘crew only’ neemt op weg naar dek 10. ‘Het bestellen van de catering, het contact met alle leveranciers, we regelen de containers, diesel, Dixi’s, waterpunten, hygiëne, ggd-certificaten, riolering en walstroom.’

Dek 6.

Bij de coa-infobalie in de Cosmetic Boutique wachten bewoners op hun beurt en voeren medewerkers gesprekken onder reclameborden van Lacoste, Versace en Armani. Nu is de lege supermarkt ernaast stil en verlaten, maar elke week op woensdag staan de bewoners voor de verplichte melding hier in de rij voor een van de zeven kassa’s, waarachter dan geen kassières maar coa-medewerkers zitten. ‘Dat gaat razendsnel’, zegt Van Diemen tevreden.

De locatiemanager runt het schip met marine-discipline. ‘Eén team, één taak’, zegt ze terwijl ze door de gangen richting dek 7 loopt. Afgelopen week kreeg Van Diemen op een avond twee telefoontjes, eerst uit Ter Apel, toen Assen: ‘Heb je plek voor 240 mensen?’ vroegen ze. Dan is het alle hens aan dek, dat is waar Van Diemen van houdt. Ze riep haar team bij elkaar en liet hen al hun werkzaamheden uitstellen. Ze zijn met z’n allen achter de infobalie gaan staan en wachtten de mensen die met bussen aankwamen op, gaven ze in de vergaderruimte een introductie en iets te eten. ‘En dan gaan we puzzelen om te zorgen dat iedereen een kamer krijgt.’

Nog maar een maand geleden renden hier op dek 6 ook kinderen door de gangen. In een feloranje trainingspak en met witte hoofddoek hing Rouaa (11) bij de ingang van de Moonlight Bar, ooit bedoeld voor nachtelijke dansfeestjes met zachte fluwelen stoelen in een halfronde cirkel. Ze keek verveeld naar de groep kinderen die stond te wachten voor de middagactiviteit van TeamUp – een psychosociaal spelprogramma van Save the Children, Unicef en War Child. ‘Doe je mee vandaag?’ vroeg iemand. Ze schudde haar hoofd, rende weg over de zachte vloerbedekking en verdween ergens in het binnenste van het schip.

Rouaa, uit het Syrische Aleppo, was al twee jaar in Nederland waarvan vijf maanden op het schip. ‘Eerst Ter Apel’, somde ze op. ‘Toen Sneek, toen weer naar Ter Apel, toen Gilzerijen, toen weer Ter Apel, toen hier…’ Eerder die middag had ze met drie vriendinnen over de gang tussen de hutten op dek 8 gerend. ‘We kloppen op de deuren en rennen dan hard weg’, vertelde ze trots. Naar school ging ze niet, wel speelde ze veel Minecraft op haar telefoon.

Tal van kinderrechtenorganisaties en inspecties benadrukken al jaren dat de omstandigheden in de asielnoodopvang schadelijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Toch is het aantal kinderen dat op dit soort locaties verblijft het afgelopen jaar verdriedubbeld tot meer dan zesduizend. De cruiseveerboot was evenmin ideaal. Kinderen hadden weinig plek om te spelen, konden niet naar het buitendek – gevaarlijk –, op de kade mochten ze niet alleen komen, binnen voetballen was verboden en als kinderen gillend door de gangen renden, werd de crew boos.

Een maand geleden zijn daarom alle kinderen van de Galaxy 1, ongeveer zestig bij elkaar, met hun ouders verhuisd naar een regulier azc op de Kabelweg. ‘Vlakbij’, zegt Van Diemen. ‘Wat geweldig is, want ze kunnen op dezelfde school blijven.’

‘Maar het is voor ons niet zo fijn’, vervolgt ze. ‘Kinderen verzachten vaak de sfeer op een locatie.’ Nu zitten er dertienhonderd mannen en tweehonderd vrouwen op de Galaxy. Veel mannen maakt de sfeer ‘gespannener’. Maar tot nu toe heeft Van Diemen geen grote problemen gehad. Bij incidenten grijpt ze direct in, zoals ze dat leerde bij de marine. Het gaat vaak om kleine schermutselingen, gevechten om niks. ‘Ik zet ze bij elkaar en spreek ze moederlijk toe: waar zijn jullie mee bezig?’ zegt ze lachend terwijl ze de trap naar het volgende dek oploopt. Haar tactiek: ‘Er bovenop’ zitten, rondjes lopen, aanspreekbaar zijn. Van begin af aan is ze ook ‘gewoon strak’ op de rechten en plichten. ‘Je hebt hier veel rechten, maar we hebben hier ook een aantal plichten.’

Dek 7.

Terwijl ze naar het dek erboven loopt, begint het schip te trillen ‘De motoren gaan aan’, merkt Van Diemen op. In de Happy Lobster zitten de coa-medewerkers die sinds kort hier hun kantoor hebben, achter hun computer met uitzicht over witte opslagtanks in de terminalhaven. In de koeling, waar voorheen de kreeften op ijs lagen, liggen stapels kantoormappen. Van Diemen krijgt op verjaardagspartijtjes weleens opmerkingen van vrienden of familie. ‘Wel mooi hoor zo’n cruiseboot’, zeggen ze meestal afkeurend. ‘Dat klopt voor een week, of misschien twee’, antwoordt Van Diemen dan. ‘Hooguit.’

Rond 12.00 uur loopt Natascha van Diemen met haar medewerkers, tegelijk met de bewoners, richting het Grande Buffet voor de lunch. Met vandaag onder andere: vegetarische curry van kikkererwten, rijst en sla. Langzaam loopt het restaurant vol. Alleen of in kleine groepjes zitten mensen aan de tafels. Zacht geroezemoes klinkt. Van Diemen let extra op het eten. ‘Het moet goed zijn’, zegt ze en neemt een hap van een stukje cake. ‘Dat zorgt voor rust op het schip. Het is het enige waar mensen naar uitzien op een dag.’

Met het wachten komt ook de verveling. In de schemerige Starlight, een grote zaal met podium voor livemuziek waar eerder die dag her en der wat mensen lusteloos met hun telefoon in loungebanken hingen, organiseert het coa weleens wat. Laatst nog voor de vrouwen aan boord. ‘Maar’, relativeerde Van Diemen, ‘we kunnen elke dag een rijdend circus voorbij laten komen, het liefste wat mensen willen is een antwoord.’

Dek 9.

In de hutten op dek 8 en 9 bestaat een parallelle wereld, de wereld die wacht. In een ervan zitten Ahmad (29) en Nima (24) tegenover elkaar op hun bed, met hooguit een halve meter ertussen. De jongemannen kenden elkaar voorheen niet, maar kunnen het ‘gelukkig’ goed met elkaar vinden. Ze zijn net terug van de lunch. Het is warm. Hun hut zit aan de binnenkant; op de plaats van een raam hangt er een spiegel aan de muur. In de hoek zit de douche met toilet en wastafel. Een kledingkast hebben ze niet. Aan het hoofdeinde van Ahmads bed liggen twee pingpongbatjes en een doosje zwarte thee. ‘Ik kom uit Zuidwest-Iran, daar is het warm, maar deze warmte is erger’, zegt Ahmad, die in zijn thuisstad kledingverkoper was in de bazaar. ‘Zo’n hut is bedoeld voor reizigers die er een of twee nachten in slapen, niet om in te wonen.’

‘We staan op de wachtlijst voor een kamer aan de buitenkant met raam’, zegt Nima, die Perzisch-Iraans is en al acht maanden in deze hut verblijft. Ook daarop is het wachten – montazar mandan in het Perzisch. Hij probeert zo veel mogelijk bij vrienden in de stad te slapen om het schip te ontvluchten.

Op de achtergrond zacht geronk van het schip. Allebei wachten ze op een uitnodiging voor hun ‘echte’ interview bij de ind. Ze hebben geen idee wanneer dat zal komen. Ahmad, die Arabisch-Iraans is, zit hier al een jaar. Het wachten, el-entedar in het Arabisch, maakt hem onzeker. En dat neemt alleen maar toe. Hij kan niets plannen, niets doen. ‘Het is frustrerend om te wachten’, zegt Ahmad met een zucht. ‘Het hele leven hier is wachten. Je hebt geen keuze.’

Het dagelijks leven ziet er voor hen al maanden hetzelfde uit. Ze zijn meestal vroeg op, anders missen ze het ontbijt dat tussen 7.00 en 9.00 uur is. Daarna gaat Ahmad wat tafeltennissen, kletsen of sporten. Nima, die in Teheran werkte als elektrisch ingenieur, volgt soms Nederlandse les. Tussen 12.00 en 14.00 uur is de lunch. Daarna weer naar hun hut, of naar buiten. Tussen 18.00 en 20.00 uur is het diner. Altijd in het Grande Buffet, altijd hetzelfde. Dat ze niet zelf kunnen koken maakt hen afhankelijk. ‘Het eten is prima, maar na een paar maanden heb je er echt genoeg van’, zeggen ze. Zelf kunnen ze weinig doen. Ze krijgen elke maandag veertien euro, onder andere voor thee, wasmiddel, zeep en tandpasta. Een ijskast hebben ze niet.

‘Iedereen hier is bang’, fluistert Nima. Ook vanwege de politiek. Ze volgen het nieuws op televisie en radio. ‘We praten er veel over. Bijvoorbeeld of de verblijfsvergunning nu voor drie in plaats van vijf jaar geldig wordt.’

‘Het politieke klimaat ligt buiten je macht’, knikt Ahmad, hij laat langzaam een gebedsketting door zijn vingers glijden. Hij zoekt werk, maar zijn Nederlands en Engels zijn niet goed genoeg. Toch blijft hij proberen. ‘Ik wil vooruitkomen’, zegt hij ferm.

Vanaf de hut aan de overkant van de gang klinkt zachtjes Somalische muziek. Binnen liggen twee jonge vrouwen op hun bed te kletsen. Ook zij, Rayan (net 25) uit Somalië en Sabah (27) uit Jemen, zijn toevallig bij elkaar gezet. Ze hebben, in tegenstelling tot de mannen, van hun hut met raam en uitzicht op de haven iets huiselijks gemaakt; voor de deur hebben ze een gekleurde doek bevestigd, op de randen bij de bedden, met daarop zachte kussens en knuffels, staan foto’s, een van Sabah met modieuze zonnebril op een terras. Aan de wand hangen nog de vrolijke slingers die Sabah een week geleden heeft opgehangen voor de verjaardag van haar kamergenote. ‘Ik heb toen bij de Jumbo een taart gekocht’, vertelt Rayan. ‘Die hebben we hier met z’n tweeën opgegeten.’

Hun leven speelt zich af op deze paar vierkante meters. Ze kletsen, luisteren naar muziek en komen zelden buiten. Naar het restaurant gaan ze niet, liever pakken ze wat kaas en brood en eten het hier op. Tussen hen in staat een schaal met verse dadels en een zak noodles. Rayan wacht al een jaar en drie maanden op haar ind-gesprek. Ze heeft op de vlucht voor Al-Shabaab haar tweejarige tweeling achter moeten laten. ‘Nu zijn ze vier’, zegt ze zacht en bekijkt een gekreukelde foto van de twee jongetjes – de enige die ze heeft.

‘Het wachten geeft me te veel stress’, zegt Rayan dan. Net nog is er iemand van het coa langs geweest om met haar te praten. Elke morgen komt hij naar haar kamer en zegt: ‘Goedemorgen Rayan, hoe gaat het? Ging je naar het restaurant? Ben je naar de psycholoog geweest?’ ‘Ze zijn heel aardig’, zegt ze met een glimlach. Van hem kreeg ze ook een enorm wit schaap als knuffel die nu bij haar op bed ligt. ‘In Somalië is geen menselijkheid meer’, zegt ze gelaten. ‘Mensen worden voor je ogen gedood. Niemand voelt meer iets, ons hart is gebroken.’

Iedereen wacht op het ind-gesprek. ‘Ik word er heel angstig van’, zegt Sabah, die jaren in Saoedi-Arabië heeft gewoond. ‘Je weet niet wat je te wachten staat.’

Wachten, sug in het Somalisch, zonder vooruitgang of eindpunt, kan serieuze effecten hebben op de gezondheid, laat onderzoek zien. ‘De constante onzekerheid kan leiden tot psychische klachten’, schrijft bijvoorbeeld de Gezondheidsraad. Tot gevoelens van hopeloosheid, uitzichtloosheid, depressie. Mensen worden gedwongen tot niets doen. Terwijl ze willen beginnen aan hun inburgering, willen werken, studeren, hun leven in Nederland willen opbouwen, tikt hun tijd weg op een veerboot die stilligt. ‘Opgeschorte tijd’, noemt filosoof Martijn Stronks dat. ‘Verdwenen levenstijd.’

‘Je wacht’, zegt Rayan droog. ‘Misschien is er aan het einde goed nieuws, of je wacht en word aan het einde afgewezen.’ Dan lacht ze – ze verbergt, vertelde ze eerder, haar stress altijd achter een lach.

Dek 10.

Hoog boven op de brug checkt kapitein Risto Pihlakas, een lange man in een wit kapiteinshemd met strepen, die als kind droomde van op een schip werken en de wereld zien, de windkracht op zijn scherm. ‘Het neemt iets af’, zegt hij. Hij heeft eerder uit voorzorg de motoren aangezet, voor als het hoge schip van de kade wordt geblazen. Hij kijkt naar buiten over het Noordzeekanaal. Contact met asielzoekers heeft Pihlakas niet. Hij begeeft zich hierboven. Als hij niet op de brug is, zit hij in zijn cabine te werken. Nog een week, dan mag hij weer naar huis in Tallinn. Vanochtend zag hij de donkere wolken. Toen wist hij: daaronder zit wind. Hij sloot de walstroom, waar het schip normaliter op draait, en startte de generatoren. ‘We have to be ready’, zegt de kapitein.

Dek 5.

In eerste instantie zou de MS Galaxy 1 maar voor een half jaar als asielnoodopvang dienstdoen, maar de bestuursovereenkomst met het coa is sinds 2022 telkens verlengd. In oktober dit jaar loopt de huidige vergunning af. Nu is het wachten op het besluit van de gemeente Amsterdam of die weer wordt verlengd. ‘Ik heb gezegd dat ik niet pas op 30 september wil horen dat we weg moeten’, zegt Natascha van Diemen in haar werkkamer. ‘Ik wil op tijd weten wat er gaat gebeuren.’ 

– – – – –

https://www.groene.nl/artikel/leven-in-de-tussenruimte-van-galaxy-1

= = =

Hulp aan ongedocumenteerden strafbaar? ‘Is dit het voorbeeld dat we onze kinderen willen geven?’

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

Theologisch Elftal Medemenselijkheid

De Tweede Kamer wil ongedocumenteerd verblijf in Nederland strafbaar maken, en stemde tegelijk voor een voorstel dat ook het helpen van ongedocumenteerden moet verbieden. Twee theologen over eenheid, gemeenschap en medemenselijkheid.

door Chiel de Groot – Trouw, 19 juli 2025

Vrijwilligers die ongedocumenteerde mensen helpen, kunnen straks voor het verlenen van die hulp vervolgd worden. Tenminste, als het aan een groot deel van de Tweede Kamer ligt. Het Theologisch Elftal vraagt zich af wat dat zegt over Nederland, en hoe het zover heeft kunnen komen.

“Het is te walgelijk voor woorden”, zegt Marianne van Praag, hoorbaar geïrriteerd. Ze is rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente in Den Haag. “Ook de manier waarop dit wetsvoorstel erdoorheen geramd is. Nog even lekker scoren in blessuretijd, en daarna op vakantie. Over de rug van kwetsbare mensen.”

“Ik spreek liever niet te snel over de jaren dertig van de vorige eeuw, omdat ik af wil van die eeuwige slachtofferrol voor de Joodse gemeenschap. Maar dit wetsvoorstel deed me er toch aan denken. Hoe is het mogelijk, dacht ik. Waar zijn we terechtgekomen? Aan de ene kant brult iedereen ‘dit nooit meer’, en vervolgens komt men met zoiets schofterigs en minderwaardigs op de proppen.

Symboolpolitiek en populisme

“Dit wetsvoorstel laat zien hoe gevoelig Nederland is geworden voor populistische maatregelen en symboolpolitiek. Er is geen enkele praktische reden om ongedocumenteerden te vervolgen. Integendeel, zo houd je ze eerder nog langer in Nederland. Politici die actievoeren bij azc’s, het is zó goedkoop. Als we op een betere toekomst hopen, is dit dan het begin? Is dit het voorbeeld dat we onze kinderen willen geven?”

Matthias Smalbrugge, hoogleraar Europese cultuur en christendom aan de Vrije Universiteit te Amsterdam: “De reacties van advocaten, vluchtelingenorganisaties en zelfs de politie en het Sociaal en Cultureel Planbureau waren ook uiterst negatief, variërend van onhaalbaar tot onmenselijk.

“Het verbieden van hulpverlening aan een groep mensen was voor het CDA deze keer een grens. Maar NSC nam genoegen met wat vage toezeggingen van de minister, de zoveelste schaamlap. Dat dit voorstel een meerderheid haalde is zowel schaamtevol als schaamteloos.

“Dat deze maatregelen alleen maar zullen leiden tot grotere chaos en het verder vastlopen van systemen is voor de indieners een doel op zich. Zo groeit de afkeer van de democratie, en komt er meer ruimte voor antidemocratische krachten.

“Onmenselijk handelen, gewoon als politieke tool. Er zijn allerlei redenen te geven voor het steeds populairder worden van inhumaan beleid. Polarisatie, uitsluiting, identeitspolitiek, te machtige lobbybewegingen, neoliberalisme… Ik ben ervan overtuigd dat religie ook een rol speelt, al is die rol nog slecht in kaart gebracht.

“In het christendom spelen noties als gemeenschap, eenheid en identiteit een grote rol. Het christendom heeft die eenheid altijd gedefinieerd als een eenheid in leerstellingen, het delen van dezelfde geloofsartikelen. Orthodoxie, de juiste leer, is altijd belangrijker geweest dan orthopraxie, de juiste levenswandel. Deel je het geloof niet, dan ben je geen deel van die eenheid, geen deel van de gemeenschap.

De harten bij elkaar

“Een beroemd historisch voorbeeld komt uit het jaar 384, vlak nadat het christendom oppermachtig was geworden in het Romeinse Rijk. Het traditionele, ‘heidense’ altaar was verwijderd uit de senaatszaal. De burgemeester van Rome, Symmachus, betreurde dat, en vroeg of het teruggezet mocht worden. Want, zei hij, ‘zo een groot geheim kan niet langs één weg bereikt worden,’ doelend op het geheim van God.

“Volgens Symmachus was eenheid, unio, niet datgene wat nagestreefd moest worden, maar eendracht, concordia. Letterlijk: de harten bij elkaar. Maar de kerk was het niet met hem eens. De bisschop van Milaan antwoordde hem: ‘hoe kun je mensen vertrouwen die niet eens weten wat ze aanbidden? Er is maar één ware God, en alle anderen zijn demonen.’

“Het christendom draagt dus de erfenis van een krappe definitie van eenheid. Soms gepaard met dwang, en met het verwijderen van degenen die de leerstellige eenheid niet delen. Dat zie je tot op de dag van vandaag. Het leerstellige verschil over vrouwelijke ambtsdragers in de Christelijke Gereformeerde Kerken leidt automatisch tot een scheur in de gemeenschap.

Bestaan als echokamer

“Ook al zijn we geseculariseerd, ik denk dat deze interpretatie van eenheid, unio boven concordia, tot diep in onze culturele haarvaten is doorgedrongen. Eenheid berust in ons bewustzijn op grenzen, en is iets dat afgedwongen moet worden. Daarom is het geoorloofd om mensen die deze ‘eenheid’ verbreken buiten te houden, en te criminaliseren. Zoals de kerk ketters vervolgde.

“De aantrekkingskracht van dit soort eenheid is dat je om je heen precies hoort wat je zelf ook vindt, je bestaan wordt als een echokamer die je bevestigt en je ego streelt. Je leert niet dat diversiteit ook in jouw eigen bestaan te vinden is. Het is een soort betovering, waarvan je niet wil dat iemand die doorbreekt.

Van Praag: “Toch staat de Hebreeuwse Bijbel vol aanwijzingen over hoe je omgaat met de vreemdeling die binnen de poorten van je stad is. Je mag vreemdelingen niet uitbuiten, je moet ze rechtvaardig behandelen in een rechtszaak, je moet ze zelfs liefhebben. Het verhaal van Ruth gaat over een buitenlandse vrouw die onderdeel wordt van de gemeenschap.”

Smalbrugge: “Natuurlijk is er ook in de christelijke traditie veel medemenselijkheid, en helpen kerken en christelijke organisaties zoals het Leger des Heils mensen. Maar tegenover het verhaal van Ruth kun je ook het verhaal van Ezra zetten: nadat het volk is teruggekeerd uit de ballingschap, verzamelt hij alle mannen op een plein en vraagt wie er allemaal een buitenlandse vrouw hebben genomen. Vervolgens moeten ze die wegsturen, zodat ze met een zuiver volk hun stad weer kunnen opbouwen.

Menswerend versus menslievend

“Extreemrechts schermt niet voor niets met een joods-christelijke erfenis. Dat vinden we allemaal heel erg, maar we weten er slecht tegengas tegen te geven, omdat er wel degelijk een menswerend aspect in onze traditie zit dat we slecht onder ogen zien. De menswerende traditie botst met een menslievende traditie. We moeten nagaan hoe die beide tradities zich tot elkaar verhouden, waar ze botsen, en waar we dan de keuze maken. Daar ligt een theologische taak.”

Van Praag: “Mensen hebben altijd behoefte aan een zondebok, een makkelijke verklaring voor hun problemen. Meestal zijn het de Joden, in Nederland zijn het nu vooral de nieuwkomers die overal de schuld van krijgen. De groep over wiens hoofd politici makkelijk scoren. Er is totaal geen begrip voor het feit dat ze heus niet voor hun plezier naar Nederland zijn gekomen.

“Als mensen met nog enige principes en morele verantwoordelijkheid straks strafbaar zijn, zou ik fluitend de gevangenis ingaan. Ik zou het zelfs een eer vinden.”

– – –

www.trouw.nl/religie-filosofie/hulp-aan-ongedocumenteerden-strafbaar-is-dit-het-voorbeeld-dat-we-onze-kinderen-willen-geven

= = =

Deze asielwet bedreigt ons allemaal

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

Namens het CNV roept Daniëlle Woestenberg de Eerste Kamer op tegen de wijziging in de asielwet te stemmen. Die criminaliseert vele werkenden en vrijwilligers.

door Daniëlle Woestenberg – lid van het CNV-bestuur – Trouw, 18 juli 2025

Op 1 juli stemde de Tweede Kamer voor een wetswijziging die het strafbaar maakt om mensen zonder verblijfsstatus actief te helpen. Dit raakt niet alleen migranten zonder papieren. Bijna iedereen in Nederland dreigt hiermee strafbaar te handelen, zonder het door te hebben.

Het raakt potentieel allerlei mensen op de werkvloer. Zoals werknemers in de publieke sectoren zorg, onderwijs, politie en handhaving. Voor hen is deze voorgestelde wetwijziging rechtstreeks in strijd met wettelijke plichten, beroepswaarden en ethiek. Terwijl alle professionals hun werk moeten kunnen doen zonder angst voor strafvervolging.

Zorgprofessionals leggen een eed af dat zij zorg verlenen aan iedereen die dat nodig heeft. Dat is ongeacht afkomst, religie, status of het hebben van een verblijfsvergunning. Ze beloven een patiënt niet te schaden, diens belang voorop te stellen en op te komen voor kwetsbaren. Deze principes zijn vastgelegd in beroepscodes en gedragscodes. Zorgprofessionals worden tegenwoordig door een schil van mantelzorgers en vrijwilligers ondersteund, vanuit de wens van de overheid voor een participatiesamenleving. Al deze mensen moeten hun werk kunnen doen zonder angst voor het strafrecht.

Publieke taakstelling

Ook het onderwijs kent een wettelijk verankerde publieke taakstelling. Niet voor niets staat in de artikel 23 dat het geven van onderwijs vrij is. Specifieke wetten stellen eisen aan scholen, maar ook aan de gemeente en zorg voor het onderwijsproces. Hier hoort nadrukkelijk samenwerking met ouders bij.

Hoewel de voorgenomen wet een uitzondering maakt voor het minderjarige kind, raakt de strafbaarstelling toch mensen in het onderwijs. De wijziging verbiedt elke ‘bijdrage aan verblijf’, wat betekent dat bijvoorbeeld een leraar die een oudergesprek met een ouder zonder verblijfsstatus voert ineens mogelijk strafbaar is. Terwijl die leraar zo’n gesprek niet alleen voert vanuit de zorg voor het kind, maar dat ook moet doen vanuit zijn wettelijke opdracht. Wie werkt in onderwijs, kinderopvang of een andere publieke functie, dreigt door de wet gemangeld te worden tussen beroepsethiek en wettelijke opdracht enerzijds en het strafrecht anderzijds.

Ook werkgevers worden geraakt. Zij moeten volgens de Arbowet zorg dragen voor een veilige, juridisch zekere werkomgeving. Die verdwijnt wanneer werknemers strafbaar worden omdat ze contact hebben met mensen zonder verblijfstatus. Zoals in een kindcentrum de medewerker met oudercontact of de bedrijfshulpverlener die een gewonde zonder status helpt.

Achterdocht en onveiligheid

Deze wet creëert achterdocht en sociale én fysieke onveiligheid in een sector waar we nu al een tekort hebben van tienduizend voltijds banen. De overheid wil de school als onderdeel van een kindcentrum steeds meer een wijkfunctie geven, met opvang, taalprogramma’s en pedagogische ondersteuning. Daardoor pakt deze wetswijziging in de praktijk extra ingewikkeld en onwerkbaar uit en worden de sectoren onderwijs en kinderopvang nog minder aantrekkelijk om te werken.

De gevolgen strekken zich ook uit tot de samenwerking in bredere zin. Denk aan cliëntenraden in de zorg of medezeggenschapsraden in het onderwijs, waar zorggebruikers of ouders in vertegenwoordigd zijn. Zij geven mede uitvoering aan goed beleid, veilige werkomstandigheden en rechtvaardige besluitvorming, waardoor ook zij beticht kunnen worden van bijdragen aan het verblijf van ongedocumenteerden.

In onze democratische rechtsstaat heeft de Eerste Kamer de bijzondere opdracht om de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetgeving te toetsen. Dat is geen controle voor de bühne, maar een wezenlijke verantwoordelijkheid. Een wet die publieke taken zoals in onderwijs en kinderopvang ondermijnt, die rechtszekerheid in de participatiesamenleving afbreekt en die onderlinge solidariteit potentieel strafbaar maakt, mag in dat huis geen doorgang vinden.

Als vakbond CNV geworteld in christelijk-sociale waarden – waarin barmhartigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid hand in hand gaan – doen wij een krachtig appel op de Eerste Kamer. Doe wat moet. Verwerp deze wet.

– – –

www.trouw.nl/opinie/opinie-deze-asielwet-bedreigt-ons-allemaal

= = =

Illegalen straffen, we weten al dat het niet werkt

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

door Laura Creton (onderzoeker Erasmus Univ.) en Arjen Leerkes (hoogleraar Maastricht en hoofddocent Erasmus Univ. Rotterdam) – Trouw, 5 juli 2025

De asielwet is inhumaan en ondoordacht, schrijven Laura Cleton en Arjen Leerkes. Laat de Eerste Kamer er een einde aan maken.

Donderdagavond nam de Tweede Kamer de verregaande asielnoodmaatregelenwetten aan. Mede dankzij de steun van NSC en SGP. De PVV had zich voorstander verklaard nadat ze een meerderheid had gevonden voor haar amendement op de wet. Daardoor wordt zowel onrechtmatig verblijf van ongedocumenteerde migranten als hulp aan deze groep strafbaar.

Dit markeert een nieuw dieptepunt in het Nederlandse migratiebeleid, dat anno 2025 bol staat van symboolpolitiek en de aansluiting met de realiteit verloren heeft. Deze wetten – en het amendement in het bijzonder – zijn onrechtvaardig, bewezen ineffectief en ondermijnen de waarden waarop onze rechtsstaat rust.

Het idee van strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf is niet nieuw en het is nuttig om de eerdere bezwaren op een rij te zetten. Zo hadden VVD en PvdA in het regeerakkoord van het Rutte II afgesproken onrechtmatig verblijf te gaan bestraffen met een boete of hechtenis. Dit werd in mei 2014 uiteindelijk ingetrokken, om redenen die nog steeds relevant zijn.

Humanitaire en juridische bezwaren

Ten eerste zijn er humanitaire en juridische bezwaren, sinds jaar en dag geuit door maatschappelijke organisaties, kerken, burgemeesters en organisaties voor mensenrechten. Het College voor de Rechten van de Mens waarschuwde dat strafbaarstelling indruist tegen fundamentele rechten van ongedocumenteerden, zoals toegang tot onderwijs voor minderjarigen, medische zorg en juridische bijstand.

Verschillende onderzoeken vanuit universiteiten, onderzoeksbureaus en het WODC tonen aan dat strafbaarstelling problemen vergroot: voor ongedocumenteerden zelf, maar ook voor hun Nederlandse partners, kinderen en ouders, en voor de Nederlandse samenleving en lokale bestuurders, die toch al lijden onder het wanbeleid van het nu demissionaire kabinet.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten stelde destijds dat strafbaarstelling ongedocumenteerden verder marginaliseert, waardoor zij overheidsinstanties, scholen en zorgaanbieders vermijden. Daardoor kan ook de openbare gezondheid en veiligheid onder druk komen te staan. Het criminaliseren van humanitaire hulp aan deze groep is daarmee zowel immoreel als onverstandig.

Strafbaarstelling is tevens ineffectief. De Raad van State betwijfelde al in 2014 of dit de terugkeer van ongedocumenteerden zou bevorderen. Ze wees erop dat de nadruk in het beleid op administratief vertrek zou moeten liggen, waarbij iemand zelf voor zijn terugkeer zou zorgen. Het liefst vrijwillig en slechts bij uiterste noodzaak gedwongen. De strafbaarstelling is deze week tijdens de rommelige debatten alsnog aan de wet toegevoegd, zonder de gebruikelijke weg van een wetsvoorstel waarin juist de Raad van State wordt gevraagd om advies.

Detentie heeft beperkt effect

In 2013 werd strafbaarstelling in het wetsvoorstel opgenomen in de vorm van een boete of detentie. Omdat boetes vaak niet geïnd kunnen worden bij ongedocumenteerde migranten, zal detentie in het reeds zwaar overbelaste juridische complex overblijven. Onderzoek laat zien dat detentie maar beperkte effecten heeft op de bereidheid van ongedocumenteerden om terug te keren naar hun land van herkomst – het doel van dit amendement.

Of iemand daadwerkelijk wordt uitgezet, hangt voor een belangrijk deel af van de samenwerking met herkomstlanden. Die zal door een verdere criminalisering van onrechtmatig verblijf wellicht juist moeilijker worden. Strafbaarstelling neemt reeds bekende obstakels in het terugkeerproces niet weg en vergroot die mogelijk zelfs: beperkte samenwerking op terugkeer door bepaalde herkomstlanden, onveilige situaties in landen van herkomst en problemen op het gebied van re-integratie na terugkeer.

Migratie brengt mooie dingen, verrijkt onze samenleving én plaatst haar ook voor uitdagingen. Daardoor is migratiebeleid een evenwichtsoefening, een complexe weging van waarden en belangen. Het is de taak van de politiek om daarop te blijven wijzen in plaats van te bezwijken voor simplistische populistische symboliek. Het is nu aan de Eerste Kamer om zich uit te spreken over de nieuwe asielwetten, inclusief het door de Tweede Kamer aangenomen amendement dat onrechtmatig verblijf strafbaar stelt. Stop met het recyclen van bewezen ineffectieve en inhumane beleidsvoorstellen.

– – –

www.trouw.nl/opinie/opinie-illegalen-straffen-we-weten-al-dat-het-niet-werkt

= = =

Wat te doen bij moedeloosheid?

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

Elise Kant, directeur van de Haëlla Stichting, deelde tijdens het Diaconaal Pinkstercafé op 10 juni jl. in de Maarten Lutherkerk in A’dam de volgende tips, om hoop te koesteren:

Wat te doen bij moedeloosheid?
Waar haal jij je hoop vandaan en wat moeten we doen om de hoop vast te houden? Die vraag krijg ik steeds vaker en het lijkt met de week prangender te worden.

Er is geen standaard antwoord. Maar er zijn wel dingen waarvan ik geleerd heb dat ze helpen.

1. Kijk naar wat er wél gebeurt. Al die mensen die gaan doen. Waar dan ook, hoe dan ook. Het zijn er echt zo ontzettend veel!

2. Draag financieel bij aan initiatieven op plekken waar nu nood is. Nu is het moment. Geef aan de laatste clubs in Gaza, geef aan organisaties die menselijkheid proberen te bewaren in de hel langs de randen van Europa, steun het kleine buurt initiatief dat mensen helpt die door niemand worden gezien etc. En vertrouw ze.

3. Verdrink niet in uitzoomen naar grote onoplosbare systemische problemen waarvan je het gevoel hebt dat je er niks aan kan doen. Kijk naar nu, nu kun je iets doen, heel klein of misschien toch groot. Het mag in kleine stappen. Dat is altijd meer dan niets.

4. Laat je informeren. Ook als je het nieuws niet meer aan kunt zien. Al is het maar op één onderwerp dat het dichtst aan je hart ligt.

5. Sluit je aan bij de mensen die al iets doen. Dat voelt veel minder alleen. Er zijn zoveel mensen die al begonnen zijn, overal zijn mensen nodig. Zelfs als je weinig tijd hebt, er is altijd wel iets dat je kunt doen.

6. Teken petities, loop mee met demonstraties. En al verandert het niet morgen de toestand in de wereld, het verandert wel je moed en je hoop, je bent niet alleen en we laten mensen zien dat het ons wel degelijk kan schelen. Morele steun is soms nog belangrijker dan financiële.

7. Zorg voor elkaar en voor jezelf. Deel je verdriet en frustratie en deel je hoop. Telkens weer. Je bent niet alleen, echt niet.

= = =

Zij hebben geen papieren. En straks ook geen hulp meer

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

Illegaliteit – De Tweede Kamer wil dat hulp aan mensen zonder papieren strafbaar wordt. Wat betekent dat in de praktijk? NRC liep een dag mee met Susan (59) en Patrick (70). „Ik kan je met nul, nada, niks helpen. Snap je dat?’’

door Andreas Kouwenhoven en Martin Kuiper – NRC, 18 juli 2025

09.55 uur

„Goedemorgen, uw legitimatie graag.” De vrouw achter de welkomstbalie van het UMC Utrecht kijkt strak naar haar computerscherm. Susan buigt voorover naar haar handtas op de rollator. Ze haalt er een paar brieven uit en stopt ze weer terug. De baliemedewerkster kijkt op. „Le-gi-ti-ma-tie.” Susan legt een brief met de ziekenhuisafspraak op de balie.

Dit soort plekken vreest Susan het meest, zegt ze na afloop. Intakebalies van instanties waar ze haar naam moet geven. „Ik denk altijd dat mensen direct doorhebben dat ik geen papieren heb en dat ze dan de politie bellen.”

De Tweede Kamer heeft begin deze maand een wet aangenomen die illegaliteit strafbaar moet maken. Het voorstel wordt na de zomer beoordeeld door de Eerste Kamer. Zowel de ongedocumenteerden zelf als de mensen die hen helpen, lopen het risico strafrechtelijk vervolgd te worden. Wie zijn de ongedocumenteerde mensen die door deze nieuwe wet ‘crimineel’ zouden worden? Hoe ziet hun leven eruit en wat verandert er?

NRC liep een dag lang mee met Susan (59) uit Ghana en Patrick (70) uit Algerije. Hun volledige namen zijn bekend bij de redactie. Beiden leven al tientallen jaren zonder papieren in Nederland. Waar voor Susan deze woensdag begint met een ziekenhuisafspraak in Utrecht, wacht Patrick ’s ochtends een bezoek aan zijn nieuwe advocaat.

11.00 uur

„Ik heb slecht geslapen”, zegt Patrick als hij op witte sneakers komt aanlopen. Hoewel dit zijn vierde advocaat is, oogt hij gespannen. Hij heeft een versleten Albert Heijn-tasje met papieren mee.

Het advocatenkantoor huist aan een Amsterdamse gracht, schuin boven een inloophuis voor daklozen. Patrick is in 1984 vanuit Algerije naar Nederland gekomen. In die veertig jaar heeft hij nooit een verblijfsvergunning kunnen bemachtigen. Nu hij zeventig is, wil hij een nieuwe poging doen.

Advocaat Annechien de Vries is not amused. Patrick is vergeten zijn dossier naar haar te mailen. „Nu heb ik me niet kunnen inlezen.”

Patrick: „Het is druk in m’n hoofd. Heel erg druk.”

De Vries: „Ik heb het ook heel erg druk. Dan moet u me het verhaal maar vertellen. Op welke gronden heeft u tot nu toe geprobeerd een verblijf te krijgen?”

Patrick overhandigt haar een plastic mapje.

De advocaat bladert een paar tellen door zijn papieren, maar het dossier is incompleet. Slechts een fractie van Patricks geschiedenis zit in het mapje. Beslissingen van de IND ontbreken, net als uitspraken van de rechtbank. De Vries: „Je moet info geven waar ik iets mee kan. Ik kan niet toveren. Hoe kan ik je anders helpen?”

Patrick wil een zaak starten bij het Europees Hof, zegt hij, dat is hem aangeraden door zijn vorige advocaat. „Ik ben zeventig. Ik heb droge ogen. Suikerziekte. En polyneuropathie [een zenuwziekte die de spieren aantast]. Mijn lichaam doet overal pijn.”

De Vries: „Ben je hiervoor in behandeling?”

Patrick: „Ik krijg medicijnen.”

De Vries: „Via artikel 64 kun je aanspraak maken op uitstel van vertrek, om medische redenen. Maar dan moet je heel ziek zijn. Droge ogen is niks. Ik heb ook eczeem op mijn vingers. Als je kunt bewijzen dat je dood neervalt als je geen behandeling krijgt, maak je een kans.”

De Vries kijkt naar de klok. „Probeer een medisch dossier op te bouwen, en kom dan weer terug.” Ze wijst hem op maatschappelijk werkers in Amsterdam die hem daarbij kunnen helpen. „Ik kan je nu met nul, nada, niks helpen. Snap je dat?”

Patrick stopt zijn papieren zwijgend terug in zijn plastic tas. „Bent u boos op mij?”

De Vries: „Nee, ik ben niet boos op je. Ik heb heel veel cliënten, ik moet streng zijn. Succes, jongen.”

Patrick loopt stilletjes de trap af. Als hij weer op straat staat: „De koffie was goed he? Niet te sterk.”

13.00 uur

In het UMC Utrecht zijn de longen van Susan inmiddels nagekeken. Omdat ze bijna niet kan lopen, haalt een kennis haar op bij het ziekenhuis. De vervoerskosten worden betaald door het Wereldhuis van de protestantse kerken van Amsterdam. Een vorm van hulp die in het wetsvoorstel zou worden verboden. Maar Susan is volledig afhankelijk van steun van kerken, bekenden of maatschappelijke organisaties. Haar huur (350 euro) wordt deels bekostigd door een Ghanese kerk uit de buurt, van het Wereldhuis krijgt ze supermarktvouchers voor 21 euro per week. Verder zijn er nog Ghanese vrienden en kennissen die haar regelmatig geld toestoppen, haar kleding wassen, en soms voor haar koken.

Susan huurt een slaapkamer in het appartement van een Ghanese, die ze via via kent. De slaapkamer staat tjokvol: een eenpersoonsbed, een houten tafel en een grote witte zuurstoftank zijn ingesloten door dozen en tassen. Er zijn strenge huisregels: Susan moet de flat schoonmaken, mag niet op de bank in de woonkamer zitten en bezoek is niet welkom.

Maar ze is allang blij met een bed. In Ghana groeide ze grotendeels zonder ouders op. Een man die haar „zielig vond” heeft haar vijfentwintig jaar geleden meegenomen naar Nederland. Samen hebben ze bij andere Ghanezen ingewoond. Soms was er geen matras, zegt Susan: „Dan sliep ik op een stoel aan de eettafel.”

Ruim tien jaar geleden heeft hij haar verlaten. „Hij zei: we zijn niet getrouwd, ik ben je niets verplicht.” Susan is sindsdien zeven keer verhuisd, ze heeft bijna altijd bij Ghanezen in Amsterdam Zuidoost ingewoond.

Aanvankelijk betaalde ze de huur uit eigen inkomsten: ze maakte jarenlang kantoren schoon in Amsterdam. Ze ‘leende’ de werkvergunning van iemand anders om zo ‘legaal’ te kunnen werken. Het loon werd op de bankrekening van degene met de werkvergunning gestort, die voor deze dienst een percentage rekende. De tussenpersoon hield een derde voor zichzelf. „Ik had weinig keus, anders kon ik niet eten.”

Aan het schoonmaakwerk kwam abrupt een einde toen ze tijdens een dienst struikelde over het snoer van de stofzuiger en van de trap viel. Sindsdien loopt ze met een rollator.

14.11 uur

Glimlachend loopt Patrick een Marokkaans eethuis binnen. „As-salamu alaykum, alles goed?” Hij gaat aan een tafeltje zitten en groet een man. „Hij heeft ook geen papieren”, fluistert Patrick.

Achter een bord dampende linzensoep vertelt Patrick dat hij naar Nederland is gekomen omdat er ruzie was in de familie. Zijn beide ouders zijn inmiddels overleden. Op een van zijn eerste dagen in Nederland bedacht hij een nieuwe naam voor zichzelf, voor als de politie hem aanhield – het werd Patrick Poitier. „P.P.”, zegt Patrick. „Dat klinkt goed en is makkelijk te onthouden.” Overal stelt hij zich voor als Patrick.

Inmiddels werkt hij niet meer, maar Patrick heeft verschillende ‘zwarte’ baantjes gehad. In een coffeeshop, in de garderobe van een dancing. Tegenwoordig komt hij rond van de 62 euro leefgeld die hij wekelijks krijgt van de gemeente. Zijn kamer krijgt hij van HVO-Querido, een opvangorganisatie voor dak- en thuislozen. Daar zit hij in de bewonerscommissie als onderdeel van zijn dagbesteding.

Na de linzensoep neemt hij de metro naar de opvanglocatie. Er staat een bijeenkomst over de strafbaarstelling van illegaliteit op het programma. In de lichte ‘huiskamer’ staat een pooltafel en hangen lp’s aan de muur. Patrick neemt plaats op de bank met nog vijftien andere ongedocumenteerde mensen.

De projectleider ongedocumenteerden van de gemeente Amsterdam neemt het woord. „We zijn heel erg geschrokken van de aangenomen asielwet en de strafbaarstelling van ongedocumenteerden”, zegt de ambtenaar, die benadrukt dat Amsterdam het hier „niet mee eens is”. „Iedereen heeft recht op een bed, bad en brood”, zegt ze.

Een vraag uit de zaal. „Wat als je geen ID-kaart hebt en je wordt door de politie aangehouden?”

De ambtenaar: „We zijn nu met de politie hierover in gesprek. We willen afspreken dat ze ongedocumenteerden niet in detentie zetten.”

Patrick: „De politie mag je ook niet zomaar op straat stoppen en om je ID vragen.”

„Moeten alle ongedocumenteerden terug naar hun thuisland?”, vraagt een lange magere man.

Ambtenaar: „Dat wil de overheid, maar wij als gemeente Amsterdam niet. Sommige mensen hebben helemaal geen huis in hun thuisland. Die hebben niks.”

Een vrouw op de bank: „Ik wil graag met vriendinnen een dagje naar Duitsland of België. Kan dat?”

Patrick: „Ik heb gehoord dat mensen dan wel eens worden opgepakt.” Het is beter om niet te reizen, zegt de ambtenaar.

„En wat kun je zeggen tegen verklikkers? Mensen die zeggen: ik weet dat je illegaal bent, ik ga je verklikken”, vraagt een andere vrouw.

De ambtenaar: „Tegen die mensen kun je zeggen dat de wet nog niet is aangenomen door de Eerste Kamer. We werken aan een informatieve flyer hierover.”

Stilte in de zaal. Tijd voor de koffiepauze.

19.00 uur

Langzaam manoeuvreert Susan haar rollator langs laagbouwflats en rijtjeshuizen in Amsterdam Zuidoost. Na vijf minuten stopt ze en gaat op een muurtje zitten. Het zweet staat op haar voorhoofd.

Aan het eind van de middag moet Susan haar medicijnen nog ophalen, thuis mag ze geen post ontvangen van de huisbaas. Daarom laat ze haar medicijnen bezorgen bij een vriendin uit de buurt, een 74-jarige vrouw die een pakketpunt aan huis runt met haar dochter.

De deur gaat open. „Hey momma! How are you?” Een grote plastic tas met pakketjes verspert de doorgang in de gang. De dochter klapt de rollator in. Susan schuifelt de keuken in, waar een man een gezouten varkenspoot bereidt. Overal staan plastic tassen met daarin postpakketjes. In de vensterbank liggen pakjes uitgestald.

De dochter geeft Susan een tas met medicijnen. „Hier kan ik drie maanden mee vooruit”, zegt Susan. Er staat een klant voor de deur. De dochter vist een pakketje uit de grote zak.

„Ze heeft weer een vriend”, zegt de vrouw tegen Susan en wijst naar haar dochter. „Hij woont in Ghana, maar in oktober komt hij hier naartoe. Hij is nog nooit in Amsterdam geweest”, zegt de dochter. „Ik voel me net een twintigjarige, zo verliefd.”

En Susan en de liefde? Ze kijkt naar de grond en dan omhoog, alsof ze haar eigen lichaam bekijkt. „Wie wil er een zieke vrouw?” De vriendin schudt haar hoofd, dan streng: „Dat moet je niet zeggen. Als God het wil.”

De bel gaat: twee kleuters huppelen de keuken binnen. „Come here, I missed you!” De kinderen knuffelen Susan. De 74-jarige vrouw geeft orders tijdens het koken: „Water, meer pepers, ui. Nu, mixen!”

„Ze is als een moeder voor me”, zegt Susan op weg terug naar huis. „Ze doet soms mijn was en brengt vaak eten.”

Iets voor middernacht zet Susan haar zuurstofmasker op en gaat ze naar bed. Ze heeft het masker nodig vanwege benauwdheidsklachten. Terug naar Ghana wil Susan niet, óók niet als illegaliteit in Nederland strafbaar wordt. Ze pakt een tas vol medicijnen uit haar slaapkamerkast. „Die kan ik hier krijgen.” Net als de grote witte zuurstoftank. „In Afrika zijn geen medicijnen voor mij, daar zou ik doodgaan.”

Aantal onbekend

Omdat ongedocumenteerde mensen nergens staan geregistreerd, is onbekend hoeveel er in Nederland wonen. Onderzoeksinstituut WODC schatte in 2018 dat er tussen de 23.000 en 58.000 mensen onrechtmatig in Nederland verbleven. Zo’n 15.000 van hen zouden in Amsterdam wonen.

De meeste ongedocumenteerden weten via hun eigen netwerk een onderkomen en werk te vinden, waardoor ze in de anonimiteit zonder papieren een leven kunnen leiden. Een kleiner deel is niet zelfredzaam, bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen, en doet een beroep op opvangvoorzieningen van de overheid.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 19 juli 2025.

– – –

www.nrc.nl/nieuws/2025/07/18/zij-hebben-geen-papieren-en-straks-ook-geen-hulp-meer

= = =

Onrust bij Braziliaanse ongedocumenteerden door naderende asielwet: ‘Kan ik straks nog naar de supermarkt?’

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

De nieuwe asielwet, die mogelijk illegaliteit strafbaar gaat stellen en hulp aan mensen zonder verblijfspapieren ook, zorgt voor grote onrust in de Braziliaanse gemeenschap van ongedocumenteerden in Amsterdam. ‘Kan ik straks nog wel naar de kerk of de supermarkt, of mijn kinderen naar school brengen?’

door Hans van der Beek – Parool, 7 juli 2025

Er zijn schalen met fruit en cake en de barbecue is deze zaterdagochtend om 10.30 uur al aangestoken. Enkele tientallen ongedocumenteerde kinderen komen in basisschool Veerkracht in Nieuw-West bij elkaar voor het eindfeest van Giving Back Projects (GBP), maar heel veel te vieren is er ook weer niet.

“Zeker niet, het is een gekkenhuis,” zegt een Braziliaanse moeder (40), die al vijf jaar zonder documenten in Amsterdam leeft en vrijwilliger is bij GBP. “We krijgen voortdurend belletjes, vooral van moeders, die onzeker zijn of dit project na de zomer nog wel doorgaat. En of ze hun kind maar beter niet meer naar een plek kunnen brengen waar ze heel zichtbaar zijn.”

Zorgen

Giving Back Projects helpt mensen in Amsterdam zonder verblijfsvergunning. Zo wordt op basisschool Veerkracht in Slotermeer elke zaterdag en woensdagmiddag extra Nederlandse les gegeven aan ongedocumenteerde kinderen. Dat zijn er in totaal 120, de overgrote meerderheid komt uit Brazilië.

“Veel families maken zich ook zorgen of de vrijwilligers in de problemen komen als hulp aan ongedocumenteerden strafbaar wordt. Ik heb een diepe wens dat die asielwet niet doorgaat, maar in het huidige politieke klimaat is dat moeilijk te voorspellen.”

In Brazilië was de 40-jarige accountant. “De reden om naar Nederland te komen was niet financieel, maar vanwege het geweld. De stad waar ik woonde was onveilig. We zijn hier naartoe gekomen omdat we hoorden dat Amsterdam een veilige stad is, en dat is ook zo.”

In Amsterdam doet ze schoonmaakwerk. “Sommig werk kan ik niet doen, maar verder leid ik een normaal leven. Mensen vragen nooit aan me of ik wel de juiste documenten heb. Ik kom alleen maar hele behulpzame en aardige mensen tegen. Daarom is het contrast ook zo groot met de politici die je ziet.”

Afgelopen week werd de asielnoodmaatregelenwet aangenomen in de Tweede Kamer. Hoewel onzeker is of de wet van kracht wordt – in de Eerste Kamer is een meerderheid ver uit zicht – baart die de aanwezigen in de Veerkracht grote zorgen. “De onzekerheid wordt steeds intenser. Deze wetgeving leidt tot de vrees dat we andere landen achterna gaan. Gaat de politie straks op straat op documenten controleren? En word je dan meteen uitgezet? Daar is iedereen bang voor. Kijk maar naar wat de laatste maanden in Amerika gebeurt. Dat voelt als een jacht.”

‘Kan ik nog wel naar de supermarkt?’

Collega-vrijwilliger Sandra Rodrigues (48) beaamt die vrees in de Braziliaanse gemeenschap. “We krijgen voortdurend vragen als: kan ik nog wel naar de kerk, of naar de supermarkt? Kan ik mijn kinderen nog wel naar school brengen? Kan ik van de zomervakantie genieten, of moet ik mezelf opsluiten?”

Rodrigues zelf hoeft zich geen zorgen te maken. Zij is in Brazilië getrouwd met een Nederlandse man, dus zij is hier legaal. Naast vrijwilligerswerk bij GBP, geeft ze les op een basisschool. “Veel mensen hebben Brazilië verlaten vanwege het geweld. Hier in Amsterdam kun je normaal rondlopen met een telefoon in je broekzak. In Brazilië word je vermoord voor een portemonnee of een paar sneakers.”

Geweld in Brazilië is volgens haar ‘genormaliseerd’. Rodrigues: “Ik heb een neef van zeventien, van hem zijn al vijf telefoons gestolen. Elke keer kreeg hij een pistool tegen zijn hoofd. ‘Het is normaal,’ zegt hij. Hoe kan ik mijn dochter daar laten opgroeien? Het lijkt wel een burgeroorlog.”

Volgens Rodrigues is de Braziliaanse gemeenschap erg hecht. “Onze gemeenschap uit de hele wereld komt veel samen in FB-groepen, ook om Portugees te praten. Zo lezen we verhalen uit de Verenigde Staten. Van mensen die al twintig jaar in Amerika wonen en een eigen huis hebben, en nu opeens worden opgepakt, gevangen gezet en gedwongen worden om terug te keren naar Brazilië. Zelfs mensen mét een visum die teruggingen naar Brazilië voor familiebezoek, mogen Amerika niet meer binnen.”

Zulke verhalen leiden tot angst en onzekerheid onder Braziliaanse ongedocumenteerden in Amsterdam. “Mensen vragen zich af: als ze me straks tegenhouden op straat, hoe lang moet ik dan naar de gevangenis? Of sturen ze me dan meteen naar het vliegveld? Dat komt vooral door wat nu in de VS gebeurt.”

Is ze bang dat de situatie Nederland net zo wordt als in de Amerika? “Als je me die vraag drie jaar geleden had gesteld, had ik gezegd: no way. Maar nu? Het is niet dat ik alle hoop ben verloren, maar dat beeld wordt toch steeds realistischer.”

Ze verwijst naar de participatieverklaring, die nieuwkomers in Nederland moeten ondertekenen voor hun inburgeringstraject, met daarin de rechten en plichten van burgers en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving. Rodrigues: “Daarin staan woorden als vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Het breekt mijn hart als ik eraan denk dat hulp aan ongedocumenteerden een misdrijf wordt. Hoe is het zover gekomen dat solidariteit iets is waarvoor je kan worden gestraft?”

– – –

www.parool.nl/amsterdam/onrust-bij-braziliaanse-ongedocumenteerden-door-naderende-asielwet

= = =

‘Als straks het helpen van ongedocumenteerde migranten strafbaar is, zal ik de eerste zijn die de wet overtreedt’

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

Vanuit een dagopvang voor ongedocumenteerden in Amsterdam, helpt Pablo Eppelin Ugarte dagelijks mensen aan onder meer voedsel en kleding. Dat dit mogelijk strafbaar wordt is onmenselijk, schrijft hij in deze ingezonden brief, maar zal hem er niet van weerhouden om het te blijven doen.

door Pablo Eppelin Ugarte – coördinator Wereldhuis – Parool, 11 juli 2025

In de jaren dat ik werk als hulpverlener voor migranten zonder papieren in het Wereldhuis – een dagopvang voor ongedocumenteerden in Amsterdam – heb ik veel meegemaakt. Wij zien iedere dag mensen binnenkomen die dagenlang geen warme maaltijd hebben gehad: een jongeman op sandalen midden in de winter met bevroren voeten, een moeder die vraagt om een pak melkpoeder voor haar baby, een lhbt’er uit Oeganda die op straat slaapt en in het Vondelpark in elkaar is geslagen, een vrouw uit Guinee die is ontsnapt uit een huis waar ze twee weken lang seksueel is misbruikt. En zo zou ik honderden schrijnende verhalen kunnen vertellen over de mensen die de afgelopen acht jaar binnenkwamen in het Wereldhuis.

Hulp betekent in ons werk onder andere: het beschikbaar stellen van eten, drinken, kleding, schoenen, slaapspullen, een toilet en een wasmachine om je vieze kleren te wassen. We bieden hulp en een plek aan mensen die in Nederland niet mogen blijven, maar vaak ook niet terug kunnen naar hun land van herkomst. Mensen met weinig of geen rechten, en daardoor geen toegang tot basisvoorzieningen. Wij bieden hen een plek en een klein beetje menswaardigheid.

In de gevangenis

Vorige week donderdag hebben onze landelijke politici in de Tweede Kamer besloten dat het verblijf van ongedocumenteerde mensen in Nederland onrechtmatig is, en dat zij gecriminaliseerd worden. Ook mensen zoals ik, die hulp verlenen aan deze doelgroep, worden mogelijk strafbaar.

Wat ik doe – samen met vele andere hulpverleners in het land – is er voor zorgen dat de menselijkheid in ons land blijft bestaan. Het strafbaar stellen daarvan gaat in tegen alle principes van mensenrechten.

Als straks het helpen en ondersteunen van ongedocumenteerde migranten strafbaar is, zal ik de eerste zijn die de wet overtreedt. Laat de overheid mij dan maar straffen. Of, zoals een bezoeker van het Wereldhuis onlangs zei: “Maybe our next counseling appointment will be in prison.”

– – –

www.parool.nl/columns-opinie/opinie-als-straks-het-helpen-van-ongedocumenteerde-migranten-strafbaar-is-zal-ik-de-eerste-zijn-die-de-wet-overtreedt

= = =

Amsterdam roept Eerste Kamer op strafbaarstelling illegaliteit tegen te houden: ‘Onverantwoord en gevaarlijk’

9 augustus 2025 By Anna Verbeek

Vier grote steden, waaronder Amsterdam, roepen de Eerste Kamer op een streep te zetten door het strafbaar stellen van hulp aan ongedocumenteerden. ‘Barmhartigheid wordt bestraft’, schrijven ze in een gezamenlijke brief.

door David Hielkema – Parool 9 juli 2025

De vier grootste steden die opvang en begeleiding bieden aan ongedocumenteerden – Amsterdam, Groningen, Utrecht en Eindhoven – roepen de Eerste Kamer op de strafbaarstelling van illegaal verblijf en hulp aan ongedocumenteerden tegen te houden. In een gezamenlijke brief stellen zij dat het wetsvoorstel in strijd is met mensenrechtenverdragen en gevaarlijk is voor kwetsbare groepen.

‘Dit voorstel is een klap in het gezicht van iedereen die zich inzet voor kwetsbaren,’ schrijven de gemeenten, waarvan wethouder Rutger Groot Wassink namens Amsterdam de brief ondertekent. ‘Het ontmoedigt compassie en criminaliseert zorg. Barmhartigheid wordt bestraft.’

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om niet alleen mensen zonder verblijfsvergunning strafrechtelijk aan te pakken, maar mogelijk ook inwoners, professionals of organisaties die hen hulp bieden – zoals voedsel, medische zorg of tijdelijke opvang. Volgens de vier steden betekent dat niet alleen het einde van perspectief voor deze groep, maar ook het begin van ‘een leven in permanente angst’.

Toename van uitbuiting

De gemeenten stellen dat het ontzeggen van hulp aan mensen, waaronder voedsel en onderdak, indruist tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook stellen ze dat de wet juridisch niet goed onderbouwd is. ‘Het is schandalig dat een dergelijk verstrekkend amendement door de Kamer is aangenomen zonder dat hier deugdelijk over is geadviseerd.’

De gemeenten vrezen ook dat mensen nog kwetsbaarder worden voor verschillende vormen van uitbuiting, omdat aangifte doen nagenoeg onmogelijk wordt gemaakt. ‘Dit geldt ook voor burgers, vrijwilligers, professionals en gemeenten die juist hulp bieden vanwege medemenselijkheid.’

De steden stellen dat dergelijke maatregelen in landen als Hongarije, Italië, Denemarken en Polen aantoonbaar ineffectief zijn en niet hebben geleid tot minder asielzoekers. ‘Desalniettemin voor deze afslag kiezen is ondoordacht, onverantwoord en ronduit gevaarlijk,’ schrijven ze.

Uit onderzoek van onder meer het Europees Parlement blijkt inderdaad dat de strafbaarstelling van hulp in deze landen niet heeft geleid tot minder migratie, maar vooral het werk van hulporganisaties onder druk zet.

Positieve effecten LVV

De gemeenten onderstrepen in de brief ook dat zij de afgelopen jaren juist met succes hebben gewerkt aan een menswaardige aanpak. Via de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV), gestart in 2018 als opvolger van de bed-bad-broodregeling, kregen ongedocumenteerden opvang en begeleiding richting terugkeer of legalisatie.

In Amsterdam kregen sinds de start van de regeling 1062 mensen opvang en begeleiding; 778 van hen zijn inmiddels uitgestroomd. Voor 35 procent is een ‘duurzame oplossing’ gevonden, zoals terugkeer, doormigratie of rechtmatig verblijf. In 80 procent van de zaken waarin via de opvang een nieuwe asielaanvraag werd voorbereid, verleende de IND een verblijfsvergunning.

‘We hebben met succes en resultaat gewerkt aan perspectief voor ongedocumenteerden, en rust en vertrouwen in de samenleving,’ schrijven de steden. ‘Maar nadat het Rijk eerder de financiering voor de LVV stopzette, wordt onze inzet nu verder ondermijnd.’

Eerste Kamer lijkt het ook tegen te houden

De wet maakt deel uit van een breder pakket aan maatregelen waarmee het demissionaire kabinet het ‘strengste asielbeleid ooit’ wil realiseren. Vorige week stemde de Tweede Kamer na veel discussie in met de wetten, maar NSC en SGP deden dat wel onder de voorwaarde dat er nog advies wordt gevraagd aan de Raad van State over de juridische houdbaarheid ervan.

De Eerste Kamer behandelt het voorstel pas na de zomer. Meerdere partijen geven daar nu ook aan eerst advies te willen van de Raad van State over wat de strafbaarstelling in de praktijk betekent. Zonder aanpassing lijkt er geen meerderheid te zijn, zo bleek dinsdag al uit een rondgang van het AD.

Volgens senatoren van onder meer SGP en CDA mag hulp aan ongedocumenteerden nooit strafbaar worden gesteld. Zo’n aanpassing moet eerst weer door de Tweede Kamer worden goedgekeurd voordat de Eerste Kamer erover debatteert. Het is niet helder of dat lukt.

Gemeenten komen in verzet: Amsterdam dient motie in

Ook politiek Amsterdam keert zich tegen de strafbaarstelling van illegaal verblijf. GroenLinks dient deze week met PvdA, D66, Partij voor de Dieren, Volt, Denk, De Vonk en Lijst-Kabamba een motie in waarin wordt uitgesproken dat Amsterdam zich maximaal moet verzetten tegen de nieuwe asielwet, zich onverminderd moet blijven inzetten voor mensen zonder verblijfstatus en de organisaties die hen ondersteunen, en samen met andere steden stevig moet lobbyen vóór medemenselijkheid en tégen deze wet.

De indieners, die een meerderheid hebben, stellen dat barmhartigheid nooit strafbaar mag zijn. Ze waarschuwen ook dat de wet, net als het huidige politieke klimaat, angst zaait en haat voedt tegen een groep die nauwelijks nog bestaansrecht heeft in Nederland.

Utrecht en Den Haag volgen deze week met een vergelijkbare motie. In Rotterdam wordt zondag 13 juli gedemonstreerd tegen het kabinetsbeleid, met steun van onder meer GroenLinks, PvdA en SP. In Wageningen gaf door de gemeenteraad ook al een statement af namens het hele stadsbestuur. Daarmee groeit het aantal steden dat zich tegen het Haagse beleid keert.

– – –

www.parool.nl/amsterdam/amsterdam-roept-eerste-kamer-op-strafbaarstelling-illegaliteit-tegen-te-houden

= = =

1 2 3 4 33