‘Er zijn zoveel Nederlanders wel betrokken bij nieuwkomers’

Dat Nederland prioriteit geeft aan het verwijderen van asielzoekers die geen recht op verblijf hebben, verstikt de toekomst van veel andere nieuwkomers, zegt Renée Frissen. Dat kan anders, dacht ze. Maar hoe?

door Fokke Obbema – Volkskrant – 13 februari 2026

Wanneer in 2015 een grote stroom vluchtelingen via Turkije en Griekenland naar landen in Noord-Europa trekt, volgt Renée Frissen dat op televisie in haar appartement in Amsterdam, met op schoot haar eerste kind. ‘Ik zag vrouwen met kleine kinderen die ze voortdurend moesten dragen. Dat is zwaar. Als jonge moeder voelde ik me al kwetsbaar in mijn comfortabele omstandigheden, dus hoe moest dat voor hen zijn? Ik voelde grote verbondenheid. Toen ik me realiseerde dat er ook al Syriërs in Amsterdam waren, ben ik gaan kijken wat ik kon doen.’

Vlak bij haar huis blijkt, in een oud gevangenisgebouw, een noodopvang gevestigd. Daar bieden ‘honderden Amsterdammers met allerlei verschillende achtergronden’ hun hulp aan. ‘Die betrokkenheid was hartverwarmend. Maar ook chaotisch.’ Om aan dat laatste iets te doen, maakt ze dienstroosters voor de vrijwilligers. Gaandeweg valt haar op dat ‘nieuwkomers’, zoals ze vluchtelingen consequent aanduidt, met allerlei praktische vragen zitten, terwijl er ‘genoeg Nederlanders zoals ik’ bij de beantwoording willen helpen. Die vraag en dat aanbod kunnen online samenkomen, denkt ze , een gedachte die leidt tot haar initiatief OpenEmbassy.

Geholpen door Ahmad Kabakibi, een Syrische programmeur die in een asielzoekerscentrum in Zeeland verblijft, bouwt ze een online-helpdesk die vragen van nieuwkomers aan ‘kennis van Nederlanders’ koppelt. Tien jaar later omvat haar organisatie naast de helpdesk, ook een onderzoeksinstituut. Ongeveer dertig medewerkers en tientallen vrijwilligers zijn er werkzaam.

Met de ervaringen van nieuwkomers als voedingsbron voor beleid ondersteunt OpenEmbassy gemeenten en maatschappelijke organisaties bij de inburgering en integratie van vluchtelingen, arbeidsmigranten, Oekraïners, gezinsmigranten en ongedocumenteerden. Inmiddels is 30 procent van alle gemeenten klant of klant geweest, zegt ze. ‘Dat moeten er natuurlijk meer worden en we zijn ook bezig met Europese uitbreiding’, aldus de 41-jarige Frissen.

Sinds 1 januari is ze bestuurder en niet langer operationeel directeur. ‘Ik heb in de afgelopen tien jaar drie kinderen gekregen, OpenEmbassy was mijn vierde. Na een decennium verantwoordelijkheid dragen, heb ik nu behoefte aan meer speelsheid en luchtigheid. Die verantwoordelijkheid heb ik erg serieus genomen. Dat kan ook niet anders. Als je tegen mensen zegt: ‘Vertrouw je verhaal aan ons toe, dan gaan wij ervoor zorgen dat je situatie beter wordt’, dan moet je dat ook waarmaken.’

Dat verantwoordelijkheidsgevoel heeft ze, zegt ze, van jongs af aan, naast ondernemingszin en durf. ‘Werd een klasgenoot gepest, dan kwam ik voor hem of haar op. Kenmerkend voor me was dat ik gemakkelijk de leiding nam en dingen organiseerde, zoals het met onze klas ondersteunen van een Foster Parents Plan-kind.’ Ze was niet uitsluitend serieus. ‘Ik zat ook vol levensvreugde en zelfvertrouwen. Als ik aan mijn jeugd terugdenk, zie ik mezelf radslagen makend door het leven gaan. Dat doe ik nog altijd graag.’

Wat heeft u in uw jeugd gevormd?

‘Voor mij was Beppe, onze oppas, belangrijk. Ze was anders dan mijn academisch geschoolde ouders: een alleenstaande moeder met drie kinderen. Haar beste vriendin, Tonnie, was buschauffeur, dat vond ik geweldig. Ook had ik in mijn vroege jeugd vriendinnen met verschillende achtergronden. Aan die tijd heb ik overgehouden dat diversiteit belangrijk voor me is. Als het te homogeen om me heen is, word ik onrustig. Hoe verschillend mensen ook zijn, ik vind het vanzelfsprekend dat we elkaar als gelijkwaardig zien en zo met elkaar omgaan.

‘Mijn ouders kwamen uit families waarin studeren niet gebruikelijk was. Beiden waren sociaaldemocratisch – je zou politiek de religie van ons huis kunnen noemen. Met mijn vader (de Tilburgse emeritus-hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen, red.) voerde ik gesprekken over democratie en overheid, dat heeft me gevormd. Hij leerde me vooral tégen te denken: geloof niet direct wat je hoort, stel vragen, dat kreeg ik met de paplepel ingegoten. Mijn diepere verlangen is harmonie, maar rationeel zie ik de waarde van die houding in. Door tegen te denken, ontstaan nieuwe inzichten. Het is ook bevredigend voor mijn nieuwsgierigheid, mijn belangrijkste kernwaarde. En het helpt me niet te snel te oordelen. In mijn werkende leven heb ik geleerd hoe belangrijk dat is.’

Hoe is dat verlopen?

‘Na mijn studie theaterwetenschap kwam ik met wat omwegen terecht bij het Instituut voor Publieke Waarden. Dat was een droombaan, want ik mocht daar actie-onderzoek doen – direct contact met mensen die met schuldenproblemen kampten. Samen op de bank zittend hun shit oplossen door die rekeningen aan te pakken. Aan dat soort ervaringen koppelde ik systeemvragen: wat gaat hier mis, hoe valt het beleid te verbeteren? Ik leerde dat mensen financieel in de problemen komen door een ziekmakende schuldenindustrie, die veel hogere boetes oplegt dan de opgelopen schuld.

‘Ook ervoer ik hoe onze verzorgingsstaat mensen met een uitkering behandelt, hoe gemakkelijk er wordt geoordeeld, nog voordat duidelijk is wat hun kernprobleem is. ‘O, je bent wel stevig, eet je wel gezond?’, is commentaar waarmee mensen met een uitkering te maken krijgen van professionals die zelf hun leven op orde hebben. Terwijl hun kernprobleem niet hun levensstijl hoeft te zijn, maar bijvoorbeeld hun depressiviteit of hun overbelasting als mantelzorger. De hoepels waardoor mensen heen moeten springen voor uitkeringen, zijn soms mensonterend. Die vergen veel, zeker als je de taal van de verzorgingsstaat niet beheerst.’

OpenEmbassy doet actie-onderzoek door de ervaringen van nieuwkomers te gebruiken voor systeemverbeteringen. Kunt u een voorbeeld geven?

‘De gemeente Almere wilde mensen uit Oekraïne niet alleen opvangen, maar ook integreren. Want velen voelden zich in de stad verloren. Wij hebben toen een expertpool van twintig Oekraïners getraind om hun ervaringen te delen met gemeenteambtenaren. Die gingen met onze experts welkomstbijeenkomsten organiseren voor nieuwe groepen Oekraïners. Zij kregen te horen wat ze van de gemeente kunnen verwachten, hoe het maatschappelijk middenveld eruitziet en waar de taalschool is. Dat soort bijeenkomsten wordt nog altijd met succes georganiseerd. Een ander voorbeeld vind ik ook de gemeente Venlo, die ons onderzoek onder inburgeraars laat doen met de vraag: hoe kunnen we onze aanpak van inburgering beter laten aansluiten op de behoeften?

‘We hebben in de afgelopen tien jaar vooral geleerd hoe groot de impact is van wetten en beleid op iemands integratiekansen. Het vreemde van ons systeem is dat we allerlei juridische categorieën hebben gecreëerd om te bepalen of iemand toelating tot ons land krijgt, en dat we diezelfde categorieën blijven gebruiken nadat iemand is toegelaten. Dat leidt tot rare verschillen. Zo heb je voor nieuwkomers het Vluchtelingenverdrag, maar er zijn ook aparte verdragen voor gezinsmigranten en Oekraïners. In de praktijk leidt dat ertoe dat een jonge Syrische vrouw in hetzelfde schuitje zit als een oude Syrische man, terwijl ze meer gemeen heeft met een jonge Oekraïense vrouw. Redeneer je vanuit integratiekansen en niet vanuit juridische categorieën, dan wil je de Syrische vrouw dezelfde kansen op de arbeidsmarkt geven als de Oekraïense vrouw. Maar die laatste mag wel werken, terwijl de eerste eerst moet inburgeren. Wij proberen bestuurders te laten inzien dat je maatschappelijk betere resultaten krijgt wanneer je het anders organiseert.’

Wat ziet u als de grootste systeemfout?

‘De grootste schade die aan mensen wordt toegebracht, komt niet door hun vlucht naar Nederland, maar door het eindeloze wachten in asielzoekerscentra. Dat leidt tot een hartverscheurende verkwisting van talent. Het gebrek aan perspectief en de onzekerheid over de lengte van procedures vallen niet aan mensen uit te leggen. Ze moeten wachten op hun toelating, op hun huisvesting, op hun inburgeringscursussen; voordat ze kunnen werken, zijn er jaren verstreken. Terwijl de meesten juist willen werken, dat waren ze gewend in hun land van herkomst. Velen hadden een winkel of een baan. Ze willen juist niet van onze verzorgingsstaat afhankelijk zijn.’

Waarom hebben we een systeem opgetuigd dat zo weinig perspectief biedt?

‘Er is voor gekozen prioriteit te geven aan het uit Nederland verwijderen van mensen die geen recht op toelating hebben. Dat gaat ten koste van het snel perspectief bieden aan personen van wie we al weten dat ze mogen blijven. Voor die keuze kun je een cynische verklaring geven, maar het achterliggende probleem is dat we te lang de vraag hebben vermeden: wat kunnen we als land aan? Tegenover het ‘niemand is welkom’ van rechts staat het ‘iedereen is welkom’ van links. Daardoor is het pijnlijke gesprek over wat we aankunnen niet van de grond gekomen.’

Uw focus ligt op integratie en inburgering. Welke invloed hebben negatieve politieke sentimenten over migratie daarop?

‘Nieuwkomers ervaren politieke uitspraken herhaaldelijk als racistisch en discriminerend, wat verschrikkelijk voor ze is. Nog ingrijpender vind ik de strengere regels over gezinshereniging die de regering in het afgelopen jaar heeft ingevoerd. Stel je voor: je spant je in om een nieuw leven op te bouwen, in de hoop op hereniging met je partner en kinderen en dan blijkt dat plots niet te kunnen. Dat is schrijnend.

‘Het is verdrietig dat we om mensen te weren regels invoeren die een grote impact hebben op anderen van wie we vinden dat ze hier mogen blijven. De politieke sentimenten over migratie werken dan de inburgering tegen. Ik denk bij die negatieve verhalen vaak: kom nu toch eens kijken hoe het eraan toegaat, toets eens wat er van je opvattingen klopt.’

Is dat de voornaamste weerstand waarmee u te maken heeft?

‘Die zit vooral in de gebrekkige waardering. Doe je idealistisch werk dan beloont het systeem dat het minst, ook al is de maatschappelijke waarde aanzienlijk groter dan die van een product dat weinig toevoegt aan de wereld, maar waarmee wel veel geld valt te verdienen. Dat vind ik een fundamentele fout van ons maatschappelijk systeem.’

Welke lichtpunten ziet u?

‘Kijkend naar ons dagelijks werk ben ik optimistischer dan tien jaar geleden. Sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor inburgering, neemt hun bereidheid toe te doen wat ons voor ogen staat: ervaringen en gevoelens van nieuwkomers serieus nemen, waardoor beleid op kennis wordt gestoeld. Gemeenten voelen de noodzaak het goed te organiseren. Ze realiseren zich: we moeten data en kennis erbij betrekken, anders zitten we straks met de gebakken peren.

‘Een ander lichtpunt zie ik in de houding van burgers. Via media krijg je nogal eens de indruk dat er vooral verzet is tegen azc’s. Maar er zijn ook voorbeelden waarin buurtbewoners juist positief reageren; op het Marineterrein in Amsterdam kwam er protest toen de noodopvang moest verdwijnen, omdat die onderdeel van de buurt was geworden. Ondanks de politieke pogingen nieuwkomers tot zondebok te maken ben ik in die tien jaar zoveel betrokken Nederlanders tegengekomen dat ik hoopvol gestemd blijf.’

Boektip: Radical Help van Hilary Cottam

‘Deze Britse vernieuwer en sociaal ondernemer gaf woorden aan mijn intuïties over wat nodig is om met de verzorgingsstaat de meest behoeftige mensen te bereiken. Radicaal plaatst ze intermenselijke relaties en verbondenheid bovenaan. Neem mensen serieus, behandel ze gelijkwaardig en gebruik hun ervaringen voor het beleid en oplossingen die werken.’

– – –

www.volkskrant.nl/binnenland/er-zijn-zoveel-nederlanders-wel-betrokken-bij-nieuwkomers

= = =