In een boek over zijn ervaringen als COA-medewerker schetst organisatieadviseur Robert Paul Schwippert wat er schort aan het asielstelsel: het jaagt passiviteit aan. ‘Mensen worden lui en futloos. Het licht in hun ogen gaat uit.’
door Bas Soetenhorst – het Parool – 12 januari 2026
“Het begon uit nieuwsgierigheid. Die sloeg om in betrokkenheid en eindigde in activisme.”
Zo beschrijft Robert Paul Schwippert het proces dat hij doorliep als medewerker van het COA, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, dat verantwoordelijk is voor de huisvesting en begeleiding. De 64-jarige organisatieadviseur, die de afgelopen 25 jaar in binnen- en buitenland talloze directies van grotere en kleinere bedrijven begeleidde en adviseerde, aanvaardde daarvoor een functie waarvoor hij eigenlijk overgekwalificeerd is. Als ‘casemanager’ begeleidt hij asielzoekers in een azc in Almere vanaf hun aankomst tot hun vertrek uit de opvang.
“Iedereen heeft een mening over het asielstelsel, maar wat weten mensen er werkelijk van? Ikzelf had ook maar weinig benul. Om dat te veranderen ben ik bij het COA gaan werken.”
‘Van de boardroom naar de werkvloer’ noemt Schwippert dat in het deze zaterdag in Amstelveen gepresenteerde boek dat hij schreef over zijn ervaringen van de voorbije anderhalf jaar.
“Ik kwam er snel achter dat de situatie voor asielzoekers veel complexer is dan ik dacht. Het eindeloze wachten, de beperkingen om te kunnen werken. Jongeren die vanaf hun achttiende in een regulier azc belanden, waar ze niemand kennen, terwijl geen school ze aanneemt, want hun Nederlands is niet goed genoeg.”
“Of mensen die na een gevaarlijke reis in Ter Apel aankomen met het idee: nu begint mijn toekomst. Ik herinner me iemand die zes talen spreekt en dacht: ik kan overal tolken of anderszins helpen. Maar vrijwilligerswerk komt onvoldoende van de grond, mensen belanden op een verkeerde unit met overlastgevers. Ze vinden geen werk en na een half jaar zeggen ze: ik ga naar een psycholoog, want ik voel me niet goed.”
“Dat is wat wij aanrichten met ons asielstelsel; als je al geen trauma hebt als je hier arriveert, is de kans groot dat je dat alsnog oploopt door ons opvangstelsel. We schieten in onze eigen voet. Mensen worden lui en futloos. Het licht in hun ogen gaat uit.”
Dat is een onthutsende conclusie, dat de opvang zelf traumatisch kan uitpakken.
“Ik ben geen arts, dus niet bevoegd tot een medische kwalificatie. Maar gisteren kreeg ik nog een appje van iemand die schreef: ik voel me geen mens meer zo.”
U pendelt in uw boek op en neer tussen begrip en frustratie. Op een gegeven moment verzucht u gekscherend: de volgende verkiezingen stem ik PVV.
“Het begrip is groter dan de frustratie. Maar er is een groep die niets wil. Een kleine minderheid, maar toch. Die helpen we net zo goed als de welwillenden. Waarom krijgt iemand die zich perfect gedraagt niet sneller een huis dan iemand die overlast veroorzaakt? En als je de taal niet wil leren, waarom heeft dat dan geen enkele consequentie?”
Wat opvalt is de geringe slagkracht van de gemiddelde COA-medewerker, bijvoorbeeld bij het zoeken naar werk.
“Dat is erg kort door de bocht, maar in het begin was ik verbaasd over het gebrek aan structuur. Inmiddels zijn er bij mij in Almere betere contacten met bedrijven, maar ik had verwacht dat er landelijke afspraken zouden zijn met ketens. Het maakt heel erg uit of je in een azc zit in Amsterdam, waar de mogelijkheden voor het grijpen liggen qua werk, of ergens in the middle of nowhere zonder transport.”
“Maar het heeft ook te maken met wetgeving. Asielzoekers mogen het eerste halfjaar niet werken. Als je geen statushouder bent, moet je een soort werkvergunning aanvragen via het UWV – een ingewikkeld proces met ongewisse uitkomst. En asielzoekers worden vanwege het gebrek aan opvangplekken met grote regelmaat overgeplaatst naar een ander deel van het land. Dan ben je als werkgever opeens een werknemer kwijt. Allemaal redenen om geen asielzoeker in dienst te nemen.”
Het COA zit in een weinig benijdenswaardige positie.
“Het idee was ooit dat de IND binnen een paar maanden zou besluiten over een asielaanvraag. In die tijd verblijf je in een azc, daarna zorgen gemeenten voor een woning en inburgering. Tot zover de theorie. De IND-procedure is opgelopen tot zo’n anderhalf jaar, dus aan de voorkant zit het helemaal vast. Aan de achterkant ook: door gebrek aan huizen is er geen uitstroom. Het COA zit klem in het midden, terwijl de taak moeilijker is geworden. Mensen zitten veel langer in de opvang, er komen veel meer psychische problemen bij.”
“Woonbegeleiders die 27 of 28 jaar oud zijn met een mbo-opleiding moeten de gang van zaken in de noodopvang regelen, waar acht mensen met zes nationaliteiten in een kamer worden gestopt en conflicten krijgen. Daar mag de buitenwereld wel meer begrip voor hebben.”
Wat zijn de lichtpuntjes waarmee u voorkomt gedemotiveerd te raken?
“Dit boek is een poging de situatie te veranderen. Daarnaast kun je mensen ondersteunen door te laten merken dat je ze ziet. Zo heb ik onlangs een Syrische vrouw geholpen met de publicatie van een artikel over de positie van de alawieten.”
Was het ingewikkeld om toestemming van het COA te krijgen voor dit boek?
“Iedereen die ik vertelde van mijn voornemen te schrijven over wat ik mis zag gaan in de asielketen, voorspelde dat het COA dwars zou liggen. Maar het boek is er en ik ben nog in dienst. Mijn manager in Almere steunde me volledig en de afdeling communicatie en de directie vonden het ook goed dat dit verteld wordt. In elk azc ligt nu een exemplaar.”
Wat hoopt u te bereiken?
“Ik hoop op meer bewustwording, zodat Nederlanders meer geïnformeerd de discussie over migratie voeren. En ik hoop dat Kamerleden iets doen met mijn aanbevelingen.”
In de wachtkamer van de toekomst – Waarom ons asielsysteem anders moet. Robert Paul Schwippert, Van Gennep, € 22,50, 248 blz.
– – – – –
= = =