De eeuwige herhaling van het kinderpardon

van: NRC  –  1 februari 2019

Deze week kwam Rutte III tot een akkoord over het kinderpardon. Zo’n ‘eenmalige uitzondering’ werd al vaker gemaakt

door Floor Boon

Stel: een Afghaans koppel dient nu in Nederland een asielaanvraag in. Na een lange procedure, tot aan de hoogste rechter, worden ze afgewezen, maar ze vertrekken niet, ze blijven. De Afghanen bouwen in de illegaliteit een bestaan op, ze werken zwart, maken hier vrienden en krijgen zelfs een kind. Het kind groeit hier op, spreekt Nederlands, gaat hier naar school. Je zou kunnen zeggen dat dit gezin hier over een jaar of vijf is geworteld.

De ouders zou je dat kunnen verwijten: zij vertrokken niet, ook al mochten ze hier niet blijven. Maar het kind kan daar niets aan doen. Dat kind groeit op in Nederland en kent het herkomstland van zijn ouders niet, misschien spreekt hij niet eens die taal.

Het voorbeeld komt van Martijn Stronks, universitair docent Migratierecht aan de Vrije Universiteit. Hij wil ermee zeggen: je kunt onmogelijk voorkomen dat er in de toekomst niet opnieuw een groep ontstaat die geworteld is in Nederland, maar geen verblijfsvergunning heeft.

„Iedere regel wordt overtreden, altijd”, zegt Stronks. „Denk aan de maximumsnelheid die omhoog gaat naar 130. Ook dan zullen er mensen te hard blijven rijden. Als het gaat om zoiets fundamenteels als een verblijfstatus, is het nogal wiedes dat mensen die regels overtreden. Zeker als de overheid er niet in slaagt te handhaven.”

Het pardon van 2003, 2006, 2013

Het zal niet voor het eerst zijn dat een pardon wordt bekrachtigd met de woorden dat het een eenmalige oplossing is. Het laatste pardon was in 2013, eveneens een kinderpardon zoals afgesproken in Rutte II, waardoor 1.540 minderjarigen konden blijven. In 2006 was er een generaal pardon: 28.000 mensen kregen een verblijfsvergunning. En in 2003 verleende toenmalig minister Rita Verdonk ook een pardon, aan 2.200 mensen.

Het betrof telkens een ‘restgroep’ van mensen die zich niet aan de regels hadden gehouden, daar nèt buiten vielen of nog in de wachtrij stonden. Het handhaven van regels is vanuit dat perspectief de kern van het probleem. Hoe zorg je ervoor dat mensen die niet mogen blijven ook weggaan?

Carolus Grütters, die 25 jaar pardonregelingen onderzocht en is verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, ziet dat anders „De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen en mensen actief begeleiden bij vertrek”, zegt hij. „Nu ligt die verantwoordelijkheid puur en alleen bij de asielzoeker. Ook als iemand niet terug kán keren naar zijn herkomstland.” Het komt regelmatig voor dat herkomstlanden terugkeer tegenwerken of de eigen onderdanen geen papieren verstrekken.

Een oplossing om geen nieuwe ‘restgroep’ te laten ontstaan, kan een terugkeer van het driejarenbeleid zijn. Tot 2003 gold de regel dat als de overheid een vreemdeling niet binnen drie jaar uitsluitsel kon geven of hij mocht blijven of niet, deze vreemdeling een verblijfsvergunning kreeg. Het demissionaire kabinet-Balkenende I schafte die – zeer effectieve – regel af en daarmee ook de stok achter de deur voor de overheid om tijdig te beslissen.

Met als gevolg dat er weer achterstanden ontstonden, betoogt Grütters. „De helft van de mensen die in 2007 een vergunning kreeg op basis van de pardonregeling, stond nog in de wachtrij – en had sowieso recht gehad op verblijf”, zegt hij. „Die zijn onterecht in de wacht gezet en vervolgens de boeken ingegaan als misbruikers van het systeem.”

Voor een „praktisch sluitend systeem” zou de overheid, als het aan Grütters ligt, nog twee zaken moeten regelen: de vele regels uit het vreemdelingenbeleid zouden in de wet moeten worden vastgelegd, zodat een rechter niet alleen kan toetsen of de regel is toegepast, maar ook of de uitvoering rechtvaardig is. En uitvoerders als IND, COA en de rechtshulp moeten veel meer capaciteit krijgen. De behandeling van een asieldossier gaat in Nederland wel snel, maar de wachttijd vóórdat een dossier in behandeling wordt genomen, duurt nu zestien maanden. Ook zou altijd een kinderrechter moeten worden betrokken bij asielzaken met kinderen.

Stronks gelooft niet dat die restgroep kan worden voorkomen. Dat wil niet zeggen dat de oplossing van Rutte III niet goed is, zegt hij. Integendeel. „Ik vind een pardon per definitie een duurzame oplossing, omdat het rekenschap geeft van het onvermogen van het recht om de werkelijkheid in totale zin te controleren.”

Het is een politieke oplossing voor een probleem dat nu bestaat, zegt Stronks, niet om een probleem in de toekomst te voorkomen. Daar zou de politiek ook eerlijk over kunnen zijn, meent hij. „Een pardon is de voortdurende terugkeer van de eenmalige uitzondering.”

– – –

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/01/de-eeuwige-herhaling-van-het-pardon-a3652677?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=Vandaag&utm_content=&utm_term=20190202

= = =